bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Englisch Winter Goldpearmain
Synoniemen:
  • King of the Pippins. (Engeland)
  • Reine des Reinettes. (Frankrijk)
  • Hampshire Yellow.
  • Iones` Southampton.
  • Winter Goldparmäne. (Duitsland)
  • Wintergoldpearmain.
  • Kroon Renet.
  • Princess of Pippin.
  • Queen of the Pippin.
  • Kroons.
  • Surpasse Reinette. (Frankrijk)
Herkomst:
Vermoedelijk Frankrijk, was daar al voor 1700 bekend. Via Engeland in 1800 naar Duitsland gebracht en in 1853 tijdens de eerste bijeenkomst van Duitse Pomologen in Naumburg voor algemene teelt aanbevolen.
Rogo, de rode mutant, werd in 1959 door G. Bräuer in Leisnig, Saksen, gevonden.
Vrucht:
Englisch Winter Goldpearmain Englisch Winter Goldpearmain doorsnede Englisch Winter Goldpearmain kelk
Englisch Winter Goldpearmain steel
plukrijp: vanaf midden september - begin oktober.
consumptierijp: oktober - februari, houdbaar tot eind januari.
afmetingen: middelgroot, 66 mm breed, 57 mm hoog, gewicht 110 gram. De vorm is variërend van rond- tot hoog-rond, tonvormig en de zijden zijn bijna symmetrisch.
kelkholte: wijd, vlak, met kleine rimpels. Regelmatig gevormde holte.
kelk: groot, halfopen en open. De blaadjes aan de basis zijn typerend groen.
steelholte: wijd, weinig diep, typerend olijfbruin straalvormig beroest, ook groen met weinig roest.
steel: variërend 10-20 mm lang, houtachtig, groen-bruin, ook dik en vlezig. Soms van een vleesuitwas voorzien.
schil: glad, droog, mals.
grondkleur: geelgroen, roodachtig geel.
dekkleur: oranje, bruinrood gestreept, flets, gestippeld. De mutant Rogo geheel dieprood bedekt en geurend.
vruchtvlees: crèmewit, geelachtig, vast, fijncellig, knappend, matig sappig. Zoet met fijn zuur en een nootachtige aroma, schaduwvruchten zijn zuriger, flauw en zonder smaak. Zoet geurend.
klokhuis: normaal en goed bezet met zaden.
Gevoelig voor:
Vaak is het met de algehele gezondheidstoestand van de bomen van dit ras maar magertjes gesteld. Weinig gevoelig voor stip, grote eersteling-vruchten. Sterk gevoelig voor het bruin worden van het vruchtvlees onder 4ºC. Na lange bewaarperiode worden de vruchten melig.
Oogst:
Afhankelijk van lokale ervaringen deze vructen niet te vroeg oogsten, omdat de aromaontwikkeling dan nog te gering is. En niet te laat, want dan is er kans op vruchtval en melige vruchten. De vruchten hangen apart, ook dichter, goed plukbaar. Plukprestatie zijn middelhoog. De vruchten zijn niet druk gevoelig en goed transporteerbaar. Als de boom overvloedig draagt gaat dit zeer ten koste van de kwaliteit. Bij grotere opbrengst dunnen anders te kleine vruchten en kans op beurtjaren. Redelijk vroeg dragend. Een van de mooiste vruchten (1868) en in het bijzonder als van piramiden of leibomen geplukt worden.
Bewaren:
In natuurlijke opslag bij +6ºC. tot februari zonder slap te worden. Op warme standplaatsen en op M9 vroeg rijp, dan vaak maar tot december houdbaar. Weinig geschikt voor koelopslag, niet onder 4ºC. anders wordt het vlees bruin en glazigheid.
Gebruik:
Voor vers gebruik vanaf oktober. Huishoudelijk voor alle verwerkingen. Industrieel geschikt voor appelstukken, ook bevredigend voor moes.
Englisch Winter Goldpearmain
Boom:
Groeit middelsterk, later zwakker. Gesteltakken steilopwaarts met kort zijhout bezet. Vruchthout: stekeltwijgen en vruchtsporen, gelijkmatig verdeeld. Kruinvorm hoogbolvormig. Snoei in opbouw, gesteltakken tot vertakking stimuleren door jaarlijks inkorten anders gaat de boom slechts met enkele takken de hoogte in. Regelmatig uitlichten en later vruchthoutvernieuwing, haagvorm mogelijk. De boom is op jeugdige leeftijd vruchtbaar en draagt zeer regelmatig. Bij volle dracht is vruchtdunning nodig.
Bloei:
Middenvroeg gelijk met de Groninger Kroon, langdurige bloei. Bij goede voeding en goede toestand van de bodem dan matig vorstgevoelig. De bloei zit aan eenjarige langloten als terminaalknoppen, aan tweejarige langloten van laterale kortloten. Heeft goede stuifmeel.
Opbrengst:
Middelhoog met beurtjaren.
Bestuiving:
Kiemingspercentage van het stuifmeel 40 - 97 %.
Stuifmeel is diploïd.
Matig zelfbestuivend, voor een optimale vruchtzetting is kruisbestuiving noodzakelijk.
Bevruchters:
  • Baumann's Reinette.
  • Alkmene.
  • Cox`s Orange Pippin.
  • Golden Noble.
  • Ribston Pippin.
  • Transparente de Croncels.
  • Transparente Jaune.
  • Ananasreinette.
  • Ontario Reinette.
  • Groninger Kroon.
resultaat van zelfbestuiving
  resultaat in %.
auteur:
land:
Eng.Winter Goldpearmain
4,3
Goethals Nederland
Eng.Winter Goldpearmain
4,0
Chittenden Engeland
Eng.Winter Goldpearmain
1,9
Crane Engeland
Eng.Winter Goldpearmain
-
Elszmann Duitsland
Eng.Winter Goldpearmain
2,6
Branscheidt Duitsland
Eng.Winter Goldpearmain
2,4
Johansson.N Zweden
n.b. percentage > 5% is goed zelfbestuivend.
Boomvorm:
Piramidaal, met veel steil omhoog groeiende takken, geschikt voor struik- en leivormen.
Onderstam:
Voor alle stamlengten mogelijk, voor intensieve beplanting alleen voor laagstam op M9 is dan wel kanker gevoelig anders voor laagstam M26 gebruiken.
Weerstandsvermogen:
Slechts matig tegen houtvorst, bloei minder vorstgevoelig. Voor perioden van droogte, gevoelig voor rookgassen, niet voor sproeimiddelen.
Standplaats:
Voor voedselrijke, koele, ook warmere, lichtere gronden. Niet geschikt voor droge, koude, natte gronden. In warmere gebieden tot op middel hooggelegen gebieden. Op zandgrond groeit de boom beter dan op de klei.
Teeltwaarde:
Over het algemeen niet voor industriële productie i.v.m. middelhoge opbrengsten, op standplaatsen die hoge aromatische vruchtkwaliteiten voortbrengen telen op M9, M26, aangezien deze bekende vruchten door de consument gewaardeerd worden en de bewaartijd die van Alkmene overtreft. Voor liefhebbers op geschikte standplaatsen voor eigen gebruik tot januari / februari i.v.m. probleemloze opslag.
Gelijkende vruchten:
  • Oldenburg.
  • Alkmene.
  • Breuhahn.
Alkmene Oldenburg
Snoeien:
Voor hoogstammen zijn er in principe twee kroonvormen te onderscheiden: de bolkroon en de piramidale kroon. Over het algemeen wordt de bolvormige kroon voor de meeste appelrassen aanbevolen. Er zijn echter een aantal appelrassen die in verband met hun groeiwijze bij voorkeur met een piramidale kroon worden opgekweekt.
Het gaat hierbij om de volgende rassen:
  • English Winter Goldpearmain.
  • Huismanszoet.
  • Keuleman.
  • Sterappel.
  • Jonathan.
  • Wealthy.
Oorzaak van verdwijnen:
Juist de grote moeilijkheden met de gezondheid en het feit dat de vruchten op een zwakke onderstam aan de kleine kant bleven, zijn de belangrijkste factoren geweest voor de dalende populariteit van dit ras. Sommige voorlichters vragen zich af of dit ras niet ten onrechte in het vergeetboek is geraakt. Hoewel hierbij opgemerkt dient te worden dat de vrucht misschien niet meer aan de huidige smaakpatroon voldoet. De appel is stevig en zuur. Een gedeelte van de ziekten waar English Winter Goldpearmain last van heeft is nu beter te bestrijden.
Plantadvies:
In het algemeen aan te raden, uiteraard moet altijd rekening worden gehouden met de grondsoort, standplaats en verzorging.
Diversen:
Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe.
Brongegevens:
  • Onze appels en peren, H. de Greeff, 1905.
  • Appelsoorten, Herbert Petzold, blz. 102.
  • Nederlandse Fruitsoorten (1942).
  • Resultaten van zelfbestuiving, N.Jungerius (1934)
  • Verdwenen appel – en perenrassen, blz. 20.
  • De Nederlandsche Boomgaard (1868).
  • Oude Fruitrassen in Noord-Nederland. J. Veel & J. Woltema.
  • Aanvullende info Bongerd Groote Veen.
Englisch Winter Goldpearmain blad
04.09.2009