bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Appelbloedluis
(Eriosoma lanigerum)
stam Levenswijze:
De bloedluis overwintert in ons land voornamelijk als jonge larve, in wonden en schorsspleten van de takken en stammen van appelbomen. Ook op wortelhalzen en op dikke wortels in de grond. De weinige volwassen bloedluizen, die de grond ingaan, zijn van geen betekenis. Vrijwel allemaal gaan ze dood.

In het voorjaar blijven de bloedluizen eerst in hun overwinteringplaatsen op de bovengrondse delen van de boom zitten, worden volwassen, scheiden een wit wollige massa (wasdraden) af en brengen jonge luizen voort. Deze luizen verlaten nu de kolonies en verspreiden zich over de boom. Ze begeven zich naar reeds bestaande wonden en naar de jonge scheuten. Dit verspreiden vindt bij normale omstandigheden omstreeks begin mei plaats. Op de aangetaste plaatsen ontstaan knobbels door abnormale groei, welke een gevolg is van de prikkeling, veroorzaakt door het zuigen van de bloedluizen.

Deze bobbels worden bloedluiskanker genoemd. De met bloedluiskanker aangetaste jonge scheuten vriezen bij stevige vorst dood. De in het voorjaar en voorzomer voorkomende bloedluizen zijn vrijwel alle ongevleugelde wijfjes. Deze brengen, als ze volwassen zijn zonder bevruchting levende jongen voort. Na ongeveer 3 weken, zeer afhankelijk van de weersomstandigheden, zijn deze volwassen en brengen op hun beurt weer jongen voort. Op deze wijze vindt een snelle uitbreiding plaats. Onder gunstige omstandigheden kunnen in ons land wel 10 à 12 generaties per jaar optreden.

In de maanden juli en augustus kunnen enkele gevleugelde wijfjes optreden. Deze zijn zeer gering in aantal en zijn voor ons land van geen betekenis. Tegen het einde van de zomer en in de herfst treden andere gevleugelde wijfjes op, welke een geheel ander karakter hebben. Deze wijfjes kunnen in grote getale optreden en brengen de zogenaamde geslachtsdieren voort. Deze bloedluizen leggen na paring eieren. Deze eieren zijn echter in ons land eveneens van weinig betekenis. Of ze komen niet uit of de uitgekomen larven gaan spoedig ten gronde.

Als het winter wordt, blijven de bloedluizen in de kolonies in de wonden en spleten van de schors zitten en overwinteren daar. Een bepaald aantal trekt zich terug naar de ondergrondse delen van de appelbomen. Deze overwinteringplaats is waarschijnlijk slechts voor bepaalde streken (zandgronden) van enige betekenis.

plant
dons
jongen Bestrijding:
Preventieve bestrijding.
De onderstam kan van grote invloed zijn op de vatbaarheid voor bloedluis. Een resistente onderstam kan in een strenge winter praktisch vrij worden gehouden van bloedluis en dit ook blijven, zolang ze niet opnieuw van buitenaf geinfecteeerd worden.

Biologische bestrijding.
Het is gebleken, dat het sluipwespje, Aphelinus mali, een grote opruiming onder de bloedluizen kan houden. Dit insect legt haar eieren in de bloedluizen. Door verschillende omstandigheden, zoals snoei en bespuiting, is in vele gevallen in het voorjaar de sluipwesppopulatie te gering om een goede bestrijding te verkrijgen, bijkopen is dan een goede oplossing. Ook door predatie van oorwurmen en lieveheersbeestjes kan de plaag worden verminderd.

Chemische bestrijding.
Een bloedluis aantasting kan worden bestreden met een bespuiting met pirimicarb. Pirimor is de handelsbenaming, gebruik wel een uitvloeier, b.v. Zipper van Asepta, om onder de schorsdelen en spleten te komen. Pirimicarb is zeer actief, een nadeel is echter dat zweefvliegen, die vaak nuttig werk verrichten, hier ook gevoelig voor zijn. Behandeling in het voorjaar wanneer de stammoeders verschijnen. Tot roze knop stadium of na de bloei. Aangetaste plekken kunnen ook vroeg in het voorjaar met een kwast worden aangestipt met afgewerkte olie of een pirimicarb oplossing.
was
pijlen
Gevoelige rassen:
  • Benoni.
  • Brabantse Bellefleur.
  • English Winter Goldpearmain.
  • Franse Zure.
  • Glorie van Holland.
  • Groninger Kroon.
  • Jaques Lebel, zeer gevoelig!
  • Keswick Codlin, zeer gevoelig!
  • Manks Codlin.
  • Perzikrode Zomerappel.
  • Present van Engeland.
  • Schone van Boskoop.
  • Yellow Transparent.    
Brongegevens:
  • Hoogstamvruchtbomen.
  • Ziektenbestrijding in de fruitteelt. (1946)
  • Waarschuwingen voor ziektenbestrijding in de fruitteelt. (1950)
  • Gewasbescherming adviezen grootfruit. (2000)
  • Het leerboek der fruitteelt. (1948)
22.05.2011