| Boomsoort: |
Appelboom. |
| Originele naam:
Rode Boskoop |
Synoniemen:
- Goudreinette. (Goudrenet).
- Belle de Boskoop. (Fr. Eng.)
- Schöner von Boskoop. (Dt.).
- Reinette Monstrueuse.
- Reinette von Mondforte.
|
Herkomst:
Nederland, onzeker, of een mutant van Reinette van Montvoort", of een eigen
soort die Ottolander in 1856 in Boskoop vond. Vanaf 1863 verspreid. Rode Boskoop
is een mutant van de Schone van Boskoop. |
| Vrucht: |
 |
| plukrijp: |
vanaf oktober, wanneer appel gekleurd is. |
| consumptierijp: |
januari tot april. |
| afmetingen: |
middel tot groot, 82 mm. Breed, 76 mm. hoog, gewicht 205 gr., vorm variërend van vlakbolvormig tot hoogrond, vlakke, brede kanten lopen over de vruchtzijden. |
| kelkholte: |
diep, nauw met rimpels, kralen, bultig. |
| kelk: |
halfopen tot gesloten, blaadjes lang, smal, spits. |
| steelholte: |
middelbreed tot nauw, diep, bultig, beroest. |
| steel: |
variërend van 10 - 25 mm. lang, houtachtig, ook dik en vlezig. |
| schil: |
droog tot ruw, roestig, hardgroen, met aan de
zonzijde een bruinrood kleurtje, tegen het rijpen wordt het groen dofgeel en het
bruinrood wat meer lichtrood. Ook de kleur van deze vrucht kan sterk uiteenlopen. |
| grondkleur: |
groenachtig geel. |
| dekkleur: |
oranje, rood, gemarmerd,
gestreept, bruinrood, in plakkaten over de gehele vrucht, beroesting schubvormig,
fijnere of grovere netvormige figuren. In grasboomgaarden worden de appels sterker
gekleurd dan wanneer de grond wordt zwart gehouden. |
| vruchtvlees: |
geelachtig wit, middelvast, grofcellig, sappig, verfrissend zurig, voldoende zoet, met krachtige Reinetten-aroma. |
| klokhuis: |
klein, platrond, de goed gevormde hokken zijn spaarzaam met zaden bezet. |
Gevoelig voor:
Stip, bruin worden van de schil en het vruchtvlees, gebarsten schil, buikrot, glazigheid. |
Oogst:
Niet voor midden oktober, zo laat mogelijk om zo hoog mogelijk suikergehalte te
krijgen, vruchten hangen apart, windvast tot aan optimaal pluktijdstip. Later
vruchtval, plukprestatie hoog, niet drukgevoelig, goed transporteerbaar. |
Bewaren:
In natuurlijke opslag tot maart, neiging te slap worden, vruchten op M 9 rijpen
vlugger. Bewaren in folieverpakking verhinderd vroegtijdig slap worden, lopende
controle op klokhuisrot, koele opslag tot april niet lager dan +4 ºC. Soms vatbaar
voor lagere temperatuurbederf en scald. |
Gebruik:
Voor vers gebruik vanaf december, huishoudelijk voor alle verwerking, industrieel
voor sap. |
Boom:
Groeit sterk tot zeer sterk, op M 9 middelsterk. Gesteltakken schuinopwaarts tot
horizontaal, regelmatig met zijhout bezet waaraan de stekeltwijgen en sporen.
Kruinvorm breed- en vlakbolvormig, snoei op M 9: verjongingssnoei voordat veroudering
intreedt, doorlopend controleren, geschikt voor haagvorm moet dan wel op langzaam
groeiende onderstam gekweekt worden. Vormt een zeer grote boom, draagt tamelijk
laat, maar dan zeer goed en vrij regelmatig. Bij slechte verzorging onvruchtbaar. |
Bloei:
Verloopt langzaam, erg gevoelig voor late vorst, minder tegen slechte weersomstandigheden
tijdens bloeitijd. Vroeg bloeiend en triploïd, dus als bestuiver ongeschikt. |
 |
Opbrengst:
Alleen op M 9 vroeg tot middelvroeg, op andere sterk groeiende onderstammen laat,
op M 9 middelhoog en regelmatig. |
Gelijke bloeiers:
- English Winter Goldpearmain.
- Glorie van Holland.
- Groninger Kroon.
- Keswick Codlin.
- Lunterse Pippeling.
- Ossenkop.
- Zigeunerin.
|
|
Bevruchters:
- Triploïde.
- Present van Engeland.
- Gloster.
- Yellow Transparent.
- Manks Codlin.
- Sch. V. Nordhausen.
- James Grieve.
- Jonathan.
- Laxton.
- Perzikrode Zomerappel.
- Yellow Bellflower.
- Alkmene.
- Princesse Noble.
- Benonie.
- Beauty of Bath.
- Cox's.
- Keulemans.
- Discovery.
|
Boomvorm:
Als laagstam allen op M 9 en M 26. |
 |
Groei:
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden! |
Onderstam:
Appelzaailing. |
Weerstandsvermogen:
- hout en bloei is slecht tegen vorst bestand.
- eist regelmatig schurft behandeling.
- gevoelig voor de fruitmot. (Laspegresia
Pomonella).
- gevoelig voor de wintervlinder (Operophtera brumata).
- gevoelig voor schurft. (Venturia Inaequalis)
- gevoelig voor vruchtboomkanker.
Nectria Galligena)
- gevoelig voor bloedvlekkenluis.
- zeer gevoelig voor: kurkstip, en bruin worden van de schil.
- gevoelig voor koper bespuitingen.
- gevoelig voor wormstekigheid.
- geringe vatbaarheid voor: monilia en meeldauw.
|
 |
Standplaats:
Breed aanplantgebied tot op middelhoge gebieden op voedselrijke, vochtige gronden,
niet voor gebieden met late vorst, niet voor droge gronden. Vraagt luwte. Zowel
op klei als op zandgrond. |
Teeltwaarde:
Een van de beste grote friszure hand- en moesappels en ook veel geteeld in België
en Nederland. Helaas minder geschikt voor de kleine tuin, waarschijnlijk op M
27 het best geschikt voor kleinere ruimtes. Een wereldberoemde appel. |
Gelijkende vruchten:
- Reinette Coulon.
- Kasseler Reinette.
- Reinette du Canada.
- Zabergäu.
- Reinette Grise d'Automne.
- Damason’s Reinette.
|
Snoeien:
Een gemakkelijk te kweken ras is de Schone van Boskoop niet. Ze vraagt een speciale
snoei, die bestaat in het opkweken van weinig gesteltakken die zo weinig mogelijk
vergaffelt zijn. De Schone van Boskoop draagt zowel op langhout als op korthout.
Door de opbouw met weinig gesteltakken en het gering laten vergaffelen, maakt
de boom een schrale en open indruk. De belichting van het hout in de bolvormige
kroon is daardoor uitstekend en bevordert het vrucht zetten. Om de sterk groeiende
boom geen extra groeiprikkels te geven door het snoeien moet men een groeiremmende
snoei betrachten. Door de wintersnoei tijdens of na de bloei toe te passen wordt
de groei geremd. Tijdens de wintersnoei geen gesteltakken en vruchttakken inkorten.
Het zelfde geldt voor verlengenissen en saptrekkers. De groeistimulans wordt hierdoor
beperkt en de kans op vruchtzetting het grootst. Tevens heeft deze late wintersnoei
het voordeel dat er geen vruchten worden weggesnoeid. Op M9 verjongingssnoei toepassen
vòòrdat veroudering intreedt, doorlopend controleren. |
| Oorzaak van verdwijnen: |
 |
| Plantadvies: |
Diversen:
Deze boom heeft veel aandacht nodig en een zorgvuldige/veelvuldige ziekte bestrijding.
Nederlandse boomgaardnummer: 16. Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe. |
Brongegevens:
- Appelsoorten, Herbert Petzold.
- Het Appel en Perenboek.
- Zesde beschrijvende rassenlijst voor fruit (1948).
- Hoogstamvruchtbomen.
- Leerboek der Fruitteelt.
- Onze appels en peren, H. de Greef, 1905
- Zelf fruit kweken. P.Dekker. (1951)
- De Nederlandsche Boomgaard. (S. Berghuis 1868)
|
 |
|
05.09.2009
|