bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Schone van Boskoop
Synoniemen:
  • Goudreinette.
  • Goudrenet.
  • Belle de Boskoop. (Frankrijk en Engeland)
  • Schöner von Boskoop. (Duitsland)
  • Reinette Monstrueuse.
  • Reinette von Mondforte.
Herkomst:
K.J.W. Ottolander een bekende dendroloog (bomenkundige) en pomoloog

Nederland, het is onzeker of de vrucht een mutant van de Reinette van Montvoort is, of een eigen soort die boomkweker P.A. Ottolander omstreeks in 1853 in Boskoop vond.
Vanaf 1863 verspreid.

Foto: K.J.W. Ottolander een bekende dendroloog (bomenkundige) en pomoloog (vruchtenkundige).

Vrucht:
Schone van Boskoop doorsnede Schone van Boskoop vrucht
plukrijp: vanaf oktober, wanneer appel gekleurd is.
consumptierijp: januari tot april.
afmetingen: middel tot groot, 82 mm.breed, 76 mm.hoog, gewicht 205 gr., vorm variërend van vlakbolvormig tot hoogrond, vlakke, brede kanten lopen over de vruchtzijden.
kelkholte: diep, nauw met rimpels, kralen, bultig.
kelk: halfopen tot gesloten, blaadjes lang, smal, spits.
steelholte: middelbreed tot nauw, diep, bultig, beroest.
steel: variërend van 10 - 25 mm. lang, houtachtig, ook dik en vlezig.
schil: droog tot ruw, roestig, hardgroen, met aan de zonzijde een bruinrood kleurtje, tegen het rijpen wordt het groen dofgeel en het bruinrood wat meer lichtrood. Ook de kleur van deze vrucht kan sterk uiteenlopen.
grondkleur: groen tot groengeel.
dekkleur: oranje, rood, gemarmerd, gestreept, bruinrood, in plakkaten over de gehele vrucht, beroesting schubvormig, fijnere of grovere netvormige figuren. In grasboomgaarden worden de appels sterker gekleurd dan wanneer de grond wordt zwart gehouden.
vruchtvlees: geelachtig wit, middelvast, grofcellig, sappig, verfrissend zurig, voldoende zoet, met krachtige Reinetten-aroma.
klokhuis: klein, platrond, de goed gevormde hokken zijn spaarzaam met zaden bezet.
Gevoelig voor:
Oogst:
Eind september tot midden oktober, het liefst zo laat mogelijk om een zo hoog mogelijk suikergehalte te verkrijgen, de vruchten hangen apart, windvast tot aan optimaal pluktijdstip. Later vruchtval, plukprestatie hoog, niet drukgevoelig, goed transporteerbaar.
Schone van Boskoop appels
Bewaren:
In natuurlijke opslag tot maart, neiging tot slap worden, vruchten op M9 rijpen vlugger. Bewaren in folieverpakking verhinderd vroegtijdig slap worden, lopende controle op klokhuisrot, koele opslag tot april niet lager dan +4 ºC. Soms vatbaar voor temperatuurbederf en scald.
Gebruik:
Voor vers gebruik vanaf december, huishoudelijk voor alle verwerking, industrieel voor sap.
Boom:
Groeit sterk tot zeer sterk, op M9 middelsterk. Gesteltakken schuinopwaarts tot horizontaal, regelmatig met zijhout bezet waaraan de stekeltwijgen en sporen zitten. Kruinvorm breed- en vlakbolvormig, geschikt voor haagvorm moet dan wel op langzaam groeiende onderstam gekweekt worden. Vormt een zeer grote boom, draagt tamelijk laat, maar dan zeer goed en vrij regelmatig. Bij slechte verzorging/snoei onvruchtbaar.
Schone van Boskoop boom
Bloei:
Een vroege bloeier, dus gevoelig voor late nachtvorsten. Vrij goed bestand tegen slechte weersomstandigheden tijdens de vrij lange bloeiperiode. Triploïd, dus ongeschikt als bestuiver voor andere rassen en zelfonverdraagzaam.
Schone van Boskoop bloei
Groei:
Schone van Boskoop groeigrafiek
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Opbrengst:
Alleen op M9 vroeg tot middelvroeg, op andere sterk groeiende onderstammen laat, op M9 middelhoog en regelmatig.
Gelijke bloeiers:
  • English Winter Goldpearmain.
  • Glorie van Holland.
  • Groninger Kroon.
  • Keswick Codlin.
  • Lunterse Pippeling.
  • Ossenkop.
  • Zigeunerin.
Bestuiving:
Stuifmeel is triploïd.
Kiempercentage: 2 - 56%.
Bloeitijd: vroeg.
Bevruchters:
  • Alkmene.
  • Benonie.
  • Cox 's.
  • Discovery.
  • Gloster.
  • James Grieve.
  • Laxton.
  • Schöner von Nordhausen.
  • Yellow Bellflower.
  • Princesse Noble.
  • Keulemans.
  • Beauty of Bath.
  • Present van Engeland.
  • Yellow Transparent.
  • Jonathan.
  • Manks Codlin.
  • Perzikrode Zomerappel.
resultaat van zelfbestuiving
variëteit resultaat in %. auteur: land:
Schone van Boskoop
+
Doortjes Nederland
Schone van Boskoop
-
Goethals Nederland
Schone van Boskoop
+
Rietsema Nederland
Schone van Boskoop
+
Backer Denemarken
Schone van Boskoop
-
Chittenden Engeland
Schone van Boskoop
-
Elszmann Duitsland
Schone van Boskoop
-
Nebel Duitsland
Schone van Boskoop
-
Branscheidt Duitsland
Schone van Boskoop
+
Johansson,N. Zweden
Schone van Boskoop
3,4
Johansson, E. Zweden
Schone van Boskoop
0,8
Stålfelt Zweden
n.b. percentage > 5% (+) is goed zelfbestuivend.
Boomvorm:
Breed-bolvormige open kroon, geeft een schraal aanblik.
Onderstam:
Hoogstam appelzaailing. Als laagstam alleen op M9 en M26.

Weerstandsvermogen:
Hout en bloei weinig tegen vorst bestand, eist regelmatig schurft behandeling.

Gevoelig voor:

Zeer gevoelig voor:
  • Kurkstip, en bruin worden van de schil.
Geringe vatbaarheid voor:
Standplaats:
Breed aanplantgebied tot op middelhoge gebieden op voedselrijke, vochtige gronden, niet voor gebieden met late vorst, niet voor droge gronden. Vraagt luwte. Zowel op klei als op zandgrond.
Teeltwaarde:
Een van de beste grote friszure hand- en moesappels en ook veel geteeld in België en Nederland. Helaas minder geschikt voor de kleine tuin, waarschijnlijk op M27 het best geschikt voor kleinere ruimtes.
Een wereldberoemde appel.
Gelijkende vruchten:
Kunnen zijn:
  • Reinette Coulon.
  • Kasseler Reinette.
  • Reinette du Canada.
  • Zabergäu.
  • Reinette Grise d'Automne.
  • Damason’s Reinette.
Van de Schone van Boskoop zijn reeds lange tijd veel kleurmutanten bekend.
Deze kan men in drie groepen onderscheiden.
  • Schone van Boskoop. (zie afbeelding boven bij vrucht)
  • Rode Boskoop "Schmitz Hubsch" of Boskoop Bieling.
  • Rode Boskoop, tot deze groep behoren de onderling nauwelijks te onderscheiden mutanten:
  • Verheul.
  • Kalfs.
  • Vogelaar.
  • Lambrechts.
Snoeien:
Een gemakkelijk te kweken ras is de Schone van Boskoop niet. Ze vraagt een speciale snoei, die bestaat in het opkweken van weinig gesteltakken die zo weinig mogelijk vergaffelt zijn. De Schone van Boskoop draagt zowel op langhout als op korthout. Door de opbouw met weinig gesteltakken en het gering laten vergaffelen, maakt de boom een schrale en open indruk. De belichting van het hout in de bolvormige kroon is daardoor uitstekend en bevordert het vrucht zetten. Om de sterk groeiende boom geen extra groeiprikkels te geven door het snoeien moet men een groeiremmende snoei betrachten. Door de wintersnoei tijdens of na de bloei toe te passen wordt de groei geremd. Tijdens de wintersnoei geen gesteltakken en vruchttakken inkorten. Het zelfde geldt voor verlengenissen en saptrekkers. De groeistimulans wordt hierdoor beperkt en de kans op vruchtzetting het grootst. Tevens heeft deze late wintersnoei het voordeel dat er geen vruchten worden weggesnoeid. Op M9 verjongingssnoei toepassen vòòrdat veroudering intreedt, doorlopend blijven controleren.
Oorzaak van verdwijnen:
Plantadvies:
Af te raden, vanwege ziektegevoeligheid, hoge verzorgingseisen en / of teleurstellende kwaliteit. (Mogelijk behoudens zeer bijzondere situaties)
Diversen:
De boom heeft veel aandacht nodig en een zorgvuldige / veelvuldige ziekte bestrijding. Nederlandse boomgaardnummer: 16.
Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe.
Brongegevens:
  • Appelsoorten, Herbert Petzold, blz.78.
  • Het Appel en Perenboek.
  • 6e beschrijvende rassenlijst voor fruit (1948).
  • 18e beschrijvende rassenlijst voor fruit (1992).
  • Hoogstamvruchtbomen.
  • Leerboek der Fruitteelt.
  • Onze appels en peren, H.de Greeff, 1901
  • Zelf fruit kweken. P.Dekker. (1951)
  • De Nederlandsche Boomgaard. (1868)
  • Nederlandse Fruitsoorten. (1942)
  • Oude Fruitrassen in Noord-Nederland. J.Veel & J.Woltema.
Schone van Boskoop blad
05.09.2009