| Boomsoort: |
Appelboom. |
| Originele naam:
Witte Wintercalville |
Synoniemen:
- Calville blanc d`Hiver.
- Weisze Wintercalville.
- Eggerling Eck Apfel. (Saksen)
- Melonenapfel. (Zwitserland)
- Calville blanche â Côtes. (Frankrijk)
- Rambour à côtes gros.
- Pomme de Fraise.
- White Winter Calville.
|
Herkomst:
De eerste vermelding is al van 1598! Vermoedelijk uit Frankrijk. De verspreiding was algemeen. |
| Vrucht: |
 |
| plukrijp: |
oktober. |
| consumptierijp: |
eind december – april. |
| afmetingen: |
|
| kelkholte: |
|
| kelk: |
klein, gesloten tot half open, blaadjes tamelijk langbladerig en goed gevormd. wollig ook in zijn naaste omgeving, in diepe holte, door ongelijke ribben omgeven. |
| steelholte: |
een wijde holte, diep, meestal met dunne straalvormige roest. |
| steel: |
kort en dik, houterig. |
| schil: |
kan bij uitzondering heel mooi en ongeschonden zijn, meestal met zwarte schurftplekjes bezet. |
| grondkleur: |
lichtgroen. |
| dekkleur: |
geelgroen. |
| vruchtvlees: |
aangenaam, zacht, knappend, soms iets geelachtig, zachtzuur, zeer saprijk, zeer geurig. |
| klokhuis: |
tamelijk groot en breed, hokken vrij goed gevormd, meestal maar gedeeltelijk met zaden bezet. |
| Gevoelig voor:
|
| Oogst: |
| Bewaren: |
 |
Gebruik:
Eerste klas tafelappel. |
Boom:
Groeit matig, is zeer vruchtbaar. Maakt een mooi zwaar gewas. |
| Bloei: |
| Opbrengst: |
| Gelijke bloeiers: |
Bevruchters:
- stuifmeel is diploïd.
kiemingspercentage 51-96%.
- Cox Orange Pippin.
- Ellison's Orange.
- Glorie van Holland.
- Golden Dilicious.
- Groninger Kroon.
- Ingrid Marie.
- James Grieve.
- Laxton's Superb.
- Lombarts Calville.
- Present van Engeland.
- Tijdemans Early.
|
 |
Boomvorm:
Piramidevorm en leiboom. |
Onderstam:
Kan op alle onderstammen. |
| Weerstandsvermogen: |
Standplaats:
Warme standplaats en in goed bereide grond. |
| Teeltwaarde: |
| Gelijkende vruchten: |
| Snoeien: |
| Oorzaak van verdwijnen: |
| Plantadvies: |
Diversen:
Was het niet, dat de Witte Wintercalville bij uitstek heerlijke vruchten levert, dan was hij reeds lang van de aardbodem verdwenen. Zijn vatbaarheid voor allerlei ziekten en kwalen is de oorzaak, dat velen hem niet meer kweken of willen hebben. |
Brongegevens:
- De Nederlandsche boomgaard, 1868.
- Onze appels en peren, H. de Greef, 1905.
|
| |
| 22.10.2009
|