bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Woelrat
woelrat

Woelrat een ware puntenslijper Vanaf het voorjaar tot in de late zomer vertoeven ze aan de oever van de sloot. Als herbivoor genieten ze van de grassen, water- en kruidachtige planten. De koelte van het water nodigt hem uit om regelmatig een duik te nemen. De woelrat wordt dan ook wel Zwarte waterrat genoemd. Een catastrofe voor onze jonge fruitbomen

“Voorbij is die mooie zomer” en de woelrat trekt richting de boomgaard. In zelf gegraven gangen, via de gangen van de mol of langs oude bestaande gangen (gangen van mol en woelrat blijven wel 10 jaar bruikbaar) weten ze de bomen te bereiken. De woelrat vreet aan wortelschors en knaagt de dunne wortels door van jonge vruchtbomen. In het voorjaar lopen de bomen nog wel uit op het reservevoedsel maar sterven daarna snel af. Dat er schade wordt aangericht ziet men over het algemeen over het hoofd doordat de vreterij ondergronds plaats vindt is er bovengronds niets te zien aan de bomen. Tot dat er een boom scheef hangt tegen de steunpaal of er ligt er één gewoon helemaal horizontaal. De scherpe vooruit stekende tanden zijn duidelijk zichtbaar aan het einde van de puntvormige stam. Woelrat de “puntenslijper” heeft zijn werk gedaan. In het voorjaar trekt hij weer naar de oevers van waterrijke gebieden. In de zomer eet de woelrat kruidachtige planten waarbij de wortels van de paardebloem zijn lievelingskost is.

Kenmerken.
Een volwassen woelrat is 12 tot 22 cm. lang en is 320 gram zwaar, de staart is 4 tot 15 cm. lang. Mannetjes worden groter dan vrouwtjes, mannetjes worden gemiddeld 19 cm. lang, vrouwtjes 18 cm. De dieren hebben veel weg van de aardmuis, maar zijn groter en hebben een relatief langere staart. Ze verschillen echter weer van de bruine rat door een kortere staart en een stompe snuit. De voorpoten hebben vier tenen, de achterpoten vijf. De dikke, ruige, glanzende vacht is op de rug donker van kleur en op de buik geelgrijs. In het zuiden van ons land zijn de dieren kleiner en lichter van kleur.
Voortplanting.
De woelrat plant zich voort in de periode april tot november. Het gemiddelde aantal nakomelingen per worp is vijf. In de zomer wat meer en in de herfst minder. De draagtijd is ongeveer drie weken. Na het werpen van de jongen is het vrouwtje weer direct vruchtbaar. Hierdoor zijn vier vijf worpen per jaar mogelijk. De jongen zijn na vier weken zelfstandig en maken een eigen territorium. Na twee tot drie maanden zijn de dieren geslachtsrijp. De dieren die vroeg in het jaar zijn geboren, kunnen zich dezelfde zomer nog voortplanten. Meestal hebben die nog één worp. Als er voldoende voedsel aanwezig is en als er weinig natuurlijke vijanden voorkomen, kan de populatie zich in een seizoen sterk uitbreiden. Het aantal woelratten is in de winter relatief gering. De woelrat overleeft in het algemeen niet meer dan één winter en sterft voor de volgende winter. De winterpopulatie bestaat hoofdzakelijk uit jonge dieren. De woelrat schijnt enigszins periodiek op te treden; elke zes jaar. In Nederland zijn deze cycli echter niet vastgesteld.

Menu.
De woelrat heeft een sterke voorkeur voor peren die op een kwee onderstam zijn geënt en de zwakke onderstammen, zoals de M9, bij de appel. De zwakkere onderstammen hebben dunnere wortels die gemakkelijk afbreken, zachter zijn en meer assimilaten bevatten. Bij de appel zijn vooral de: James Grieve, Cox’s Orange Pippin en Jonagold erg aantrekkelijk voor de woelrat. Bij de peer is dat de Noord-Hollandsche Suikerpeer en de Doyenné du Comice. De reden hiervoor is onbekend. Van kersen en pruimen vreten ze zelden, maar in de windsingel zijn de els, populier en de hazelaar favoriet. Zachtfruit is ook erg in trek vooral bramen, frambozen, druiven en aardbeien.

Natuurlijke vijanden.
De belangrijkste vijanden van de woelrat zijn de hermelijn, wezel en bunzing omdat deze kunnen toeslaan in het gangenstelsel. Minder effectief zijn de das, kat, egel, torenvalk, sperwer, havik, reiger, ooievaar, uil en de buizerd. Deze categorie kan pas hun werk doen als de woelrat buiten de gangen komt.

draadklem

Bestrijding.
Bestrijding door verjagen.
In de aanplant zijn woelratten te verjagen door het schoon- en kort houden van de vegetatie van slootkanten, tijdig afvoeren van valfruit, kort houden van gras en bermen. De woelrat is zeer stress gevoelig en daar kunnen we gebruik van maken om hem te verjagen. Veranderingen en verstoring van het gangenstelsel, trillingen, mestinjectie in de omgeving zorgen voor zoveel stress dat het leidt tot sterfte of verplaatsing.

Biologische bestrijding.
Door het aanplanten van giftige planten, die als lokaas dienen, kan de woelrat worden gedood. Giftige planten als kruisbladwolfsmelk (Euphorbia lathyrus) en de giftige Scilla maritima zijn geschikt om in de windsingel aan te planten. Vooral in de omgeving van hun favoriete hapjes zoals els, populier en de hazelaar.

Klemmen.
Door middel van mollen- en draadklemmen kan men, in de gegraven gangen, de woelrat vangen. Om succesvol met een klem een woelrat te vangen is wat ervaring nodig. Het vangen van de woelrat lukt het best in de avonduren. De woelrat heeft een zeer uitgebreid gangenstelsel, maar beloopt in hoofdzaak de gangen tussen de voedsel- en de nestplaats. De mol doorkruist regelmatig het gangenstelsel op zoek naar wormen en insectenlarven. Gangen met spinnenwebjes, schimmeldraden, ingegroeide witte worteltjes en ingevallen kluitjes aarde zijn niet belopen.

In belopen gangen zijn de in hangende wortels bruin. Gangen met openingen zijn meestal niet belopen, of ze zijn bewoond door veldmuizen. De hoofdgangen lopen vaak langs heggen of randen van het perceel. Dit zijn meestal ook de randzones van het gangenstelsel. Plaats hierin bij voorkeur de vallen. Werk in een perceel altijd van de buitenkant naar het midden van het perceel. Men moet er voor waken de gangen niet dicht te trappen tijdens het opsporen. Leg een gang over een afstand van ongeveer 30 cm. open met een schop of een mes en let erop dat de gang intact blijft. Verwijder de losse grond uit de gang. Deze open laten liggen. De openingen maakt de woelrat na korte tijd dicht als hij hier actief is.

Maak daarna de gang weer voorzichtig open. Ga na of er binnen een afstand van 30 cm een kruising, splitsing of scherpe bocht aanwezig is. Als dit het geval is, stoot de woelrat van opzij op de val en schuift dit geheel vol met aarde. Plaats de val niet in de buurt van een nest, aangezien de woelrat daar zeer voorzichtig is. Bovendien komen hier veel gangen bij elkaar en er zijn meerdere vallen nodig. Dek het gemaakte gat bij te veel lichtinval met gras of graszode losjes af. Vangfuiken. In waterrijke gebieden kan men gebruik maken van vangfuiken. De fuiken zijn gemaakt van metaalgaas die een diameter hebben van 18 cm. De fuiken worden, bijna voor de helft, in het water gezet in de gang of nabij de gang. De fuiken zijn ook zelf te maken van PVC buis die een diameter hebben van 15 cm.. Pasop bij het leeg maken van de fuiken als de woelrat nog leeft. Door te bijten kunnen ze het Hanta-virus overbrengen, dat een kort durende griepaanval kan veroorzaken. Dode woelratten kan men het beste begraven. Een woelrat raakt snel in de stress en houdt zich dan schijndood. Een dode woelrat is te herkennen aan zijn gestrekte achterpoten en gekruiste voorpoten.

fuik
22.05.2011