bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Perenboom.
Originele naam:
Winter Bergamotte
Synoniemen:
  • Eerste naam waarschijnlijk “Pastorale de Leuven”.
  • Pastorale.
  • Pastorale d`Hiver.
  • Pastorale de Louvain.
  • Capucine de Louvain.
  • Doyenné d`Hiver.
  • Bergamotte de Pentecôte.
  • Doyenné de Printemps.
  • Bergamotte de Pâques. (eerste naam in Nederland)
  • Seigneur d`Hiver.
  • Bergamotte d`Hiver.
  • Hildesheimer Winter Bergamotte.
  • Beurré d`Hiver de Bruxelles.
  • Poire du Pâtre.
  • Easter Beurré.
  • Chaumontel très-gros.
  • Besi Chaumontel très-gros.
Herkomst:
Waarschijnlijk België. Volgens Van Mons al in 1750 als “pastorale” te vinden in de kloostertuin van de kapucijnen in Leuven.Volgens Dumortier aan het einde van de 18e eeuw door de kapucijnen in Leuven geteeld. Volgens Gilbert door de koopman Vilain uit het plaatsje Mons geteeld, de eerste vruchten in 1804. Volgens Bivort stond in 1825 de moederboom nog in de tuin van de kapucijnen in Leuven.
Vrucht:
Winter Bergamotte doorsnede Winter Bergamotte steel Winter Bergamotte vrucht
Winter Bergamotte kelk
plukrijp: eind oktober – begin november
consumptierijp: eind december tot begin maart.
afmetingen: middel groot tot groot, 65-85 mm. breed, 70-95 mm. hoog, gewicht 140-250 gram en zwaarder. Vorm varieert van cilinder-, ton-, stompkegelvormig, bol, massief, gedrongen, eivormig, aan de steel- en kelkzijde afgeplat, midden tot steelbuikig, steelwaarts smaller dan kelkwaarts. De vruchtzijden zijn oneffen, dikwijls bultig, grof generfd.
kelkholte: nauw tot middelwijd, diep met stevige zwellingen die de middel grote halfgeopende kelk meestal in elkaar drukt. Meesdal hoornachtig met onvolkomen en afgebroken kelkbladeren.
kelk: blaadjes zijn dik, hard, spits, rechtopstaand, in het midden gebogen.
steelholte: nauw, diep, typisch gezwollen, dikwijls straalvormig beroest.
steel: 25-35 mm. lang, 4-5 mm. dik, lichtbruin, schijnbaar vlezig maar toch houtachtig, naar het einde typisch verbreed, tot 7 mm. knotsachtig verdikt. Scheef ingestoken vaak door vergroeiing van het vruchtvlees opzij gedrukt. Rondom steel grauwbruine roest.
schil: droog, stroef tot ruw, grof, dik, stevig, leerachtig. Voor het consumeren moet de peer geschild worden. Veel grote, voelbare bruingrauwe stippen.
grondkleur: troebelgroen, rijp troebel-groenachtig geel.
dekkleur: in onze streken gering, in warme streken licht bruinachtigrood, flets. Stippels (lenticellen) op de schil zijn talrijk, klein, bruin, gedeeltelijk groenomrand. In de steelholte beroest, op de vrucht vlekken.
vruchtvlees: witachtig geel/roomkleurig, op de warmste standplaatsen smeltend, fijnkorrelig, sappig,weinig zuur, fijne kruidige geur. Één van de nobelste winterperen. Op weinig geschikte standplaatsen raapachtig, steencellen, hard, zonder suiker of aroma, zelfs nauwelijks geschikt als stoofpeer.
klokhuis: middelmatig, met steenkorrels omgeven. Bij de goed ontwikkelde vruchten van leibomen tegen de muur (op warme standen) vindt men deze korrels minder. De cellen zijn klein en bevatten langwerpige, koffiebruine vaak onvolkomen zaden.
Gevoelig voor:
Schurft, vorming van steencellen, bij vroege oogst verwelking van de vrucht.
Oogst:
Zeer laat, vruchten windvast, niet drukgevoelig, goed transporteerbaar. Opbrengst: vroeg, vlug, hoog, regelmatig dunnen bij te rijke opbrengsten om betere en grotere vruchten te verkrijgen.
Winter Bergamotte peren
Bewaren:
In natuurlijke opslag 1 tot 2 maanden en zelfs mogelijk tot 3maand. Regelmatige controle op verwelking en vruchtrot is noodzakelijk. Ook geschikt voor koelopslag.
Gebruik:
1e klas wintertafelpeer voor vers gebruik, en stoofpeer die roze / rood kookt..
Boom:
Groei middel sterk. Gesteltakken schuinopwaarts, voldoende vertakt. Vruchthout korte twijgen, sporen en stekeltwijgen. De twijgen zijn van gemiddelde lengte met korte leden en een beetje zigzag gebogen. Roodbruin met olijfkleur en vuil witte stippen aan de schaduwzijde.
Bloei:
Middel lang, bloesem aan vruchttwijgen en korthout.
Dunnen bij grote opbrengsten. De knoppen zijn spits kegelvormig op verhevene dragers. De bloemknoppen zijn groot, stomp en kegelvormig.
Opbrengst:
Gelijke bloeiers:
Bevruchters:
  • Bergamotte Esperen.
  • Beurré d'Anjou.
  • Beurré Hardenpont.
  • Beurré Dilly.
  • Beurré Grumkow.
  • Beurré Hardy.
  • Beurré Lebrun.
  • Beurré Six.
  • Louise d'Avranches.
  • Fondante de Charneu.
  • Colorée de Juillet.
  • Conference.
  • Winterjan.
  • Eva Baltet.
Boomvorm:
Kruinvorm breedpiramidaal.
Groei:
Winter Bergamotte groeigrafiek
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Onderstam:
Weerstandsvermogen:
Hout en bloesem slechts matig tegen vorst. Zeer vatbaar voor schurft.
Standplaats:
Alleen in vrij warme gebieden, wijnbouwgebieden, ook bij ons maar dan tegen muren en in warme, voedzame, voldoende vochtige grond. Experimenteren in koelere streken heeft geen zin. Vruchten blijven raapachtig.
Teeltwaarde:
Alleen in zuidelijke wijnbouwstreken een geschikte peer, gedeeltelijk ook voor de export. 1e klas tafelwinterpeer. Een goede kwaliteit wordt op koelere plaatsen niet bereikt. Liefhebbers kunnen op warme plaatsen muurbeplanting aanbrengen.
Gelijkende vruchten:
  • Passe Crassane.
  • Olivier de Serres.
  • Bergamotte Esperen.
Snoeien:
Na de vorm snoei regelmatig snoei van het vruchthout.
Oorzaak van verdwijnen:
Plantadvies:
Diversen:
Brongegevens:
  •  Perensoorten, Herbert Petzold, blz.128.
  •  De Nederlandsche Boomgaard. (1868)
Winter Bergamotte bloei
Winter Bergamotte blad
03.09.2009