bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Perenboom.
Originele naam:
Souvenir du Congrès
Synoniemen:
  • Geen.
Herkomst:
Frankrijk. Geteeld in 1852 door fruitkweker Morel in Lyon-Vaise. De eerste vruchten waren er in 1863 en sinds 1867 in de handel gebracht. Dit ras heeft zijn naam te danken aan een pomologisch congres in Frankrijk. Het Internationale Pomologische Congres werd in 1867 in Parijs gehouden. De heer Morel heeft door deze naamgeving het ras op willen dragen aan het congres.
Vrucht:
Souvenir du Congrès vrucht
plukrijp: vanaf begin september.
consumptierijp: midden september tot begin oktober.
afmetingen: een hoge peer met een eigenaardige vorm. Groot tot zeer groot. 65-85mm. breed, 90-115 mm. hoog. gewicht 180 tot 400 gram. Vorm is variabel van peervormig tot stompkegelvormig, massief, middel- tot kelkbuikig, bij de kelk afgeplat. Steelwaarts smaller, vruchtzijden zijn oneffen en gedeeltelijk sterk bultig.
kelkholte: wijd en zacht glooiend toelopend. Middel diep, gezwollen, gerimpeld en straalvormig beroest.
kelk: klein in verhouding met de grootte van de vrucht, halfopen tot open, blaadjes bruin, smal, kort, hard en stijf uitstaand, recht opstaand maar komen niet boven de ronding uit.
steelholte: ontbreekt meestal, gevuld door de steel, dikwijls met straalvormige roestkap.
steel: 10-25 mm. lang, 4-5 mm. dik, bruin, houtig of vlezig, door een grote zwelling of zwellingen omgeven waardoor de steel zijdelings wordt gedrukt. Altijd iets omgebogen.
schil: droog, glad tot dof, dun, ongeschild te consumeren. Het schillen wordt bemoeilijkt door de bultige aard van de vrucht.
grondkleur: geelgroen, rijp dan groenachtig geel.
dekkleur: oranjerood gevlamd, gestreept, gevlekt, flets, de stippels (lenticellen) zijn klein en weinig opvallend. In de grondkleur zijn de stippels (lenticellen) groen en in de dekkleur roodomrand. Beroesting als er een kap aan de steel zit, ook aan de kelk anders gevlekt.
vruchtvlees: geelachtig wit, fijnkorrelig, halfsmeltend, bij optimale oogst sappig, zoet, weinig rinsig, vandaar ook matig zoet, zonder uitgesproken aroma. Op ongeschikte standplaatsen droog, melig, flauw tot raapachtig. Een matige smaak met muskusaroma.
klokhuis: het klokhuis is klein tot zeer klein, in verhouding met de grootte van de peer. Ligt laag dicht bij de kelk en is vrij langwerpig.
Vlees is rondom het klokhuis vrij grof en korrelig. Zaden vaak onvolkomen, kastanjebruin, + 9:4 – 9:5.
Gevoelig voor:
Meestal maar weinig voor schurft, zeer drukgevoelig, bij rijpheid snel beurs, bij late oogst melig, neiging tot misvormde vruchten.
Oogst:
Op zijn laatst 5-8 dagen vóór boomrijpheid, zodra de eerste gezonde vruchten vallen, niet windvast. Vruchtval begint al vóór boomrijpheid, alleen boomrijp transporteren, zeer drukgevoelig. Door de grootte moeilijk te plukken.
Bewaren:
In natuurlijke opslag bij koele temperatuur 10 tot 12 dagen. Niet geschikt voor gewone opslag. Peer is bestemd voor directe consumptie.
Gebruik:
  • Eetpeer.
  • Sierpeer.
  • Compote.
  • Conserven op sap.
Boom:
Boom groeit middelsterk, de gesteltakken staan schuinopwaarts en zijn matig vertakt. Vruchthout korte twijgen, stekeltwijgen en sporen. Vorm van de kruin is piramidaal. Voortdurende snoeicontrole, om de grote vruchten te kunnen dragen is een kort en sterk gestel noodzakelijk. Opbrengstspreiding door gecontroleerde snoei om zo alleen de grote vruchten te behouden. Muurbeplanting is mogelijk maar daar niet waardevol genoeg.
Bloei:
Vroege bloeier, gelijktijdig met Pitmaston Duchesse en Noord-Hollandse Suikerpeer. Kort, vorst- en weersgevoelig. Bloesem aan de vruchttwijgen en het korthout.
Opbrengst:
Op zaailing vroeg, middel hoge opbrengst, bijna regelmatig.
Gelijke bloeiers:
Bevruchters:
  • Précose de Trévoux.
  • Williams Bon Chrétien.
  • Clapp`s Favourite.
  • Joséphine de Malines.
  • Fondante de Charneux.
Boomvorm:
Alleen voor laagstam, kwartstam, struik en spil op zaailing. Direct op Kwee A slecht, alleen met tussenstam levensvatbaar.
Onderstam:
Kwee A met tussenstam.
Weerstandsvermogen:
Hout en bloei weinig bestand tegen de vorst. Matig vatbaar voor schurft op koude standplaatsen. Over het algemeen goed gezond.
Standplaats:
Breed aanplantgebeid op vrij warme, windbeschutte standplaatsen. Op de warmere standplaatsen betere vruchtkwaliteit. Aanplanten tot op midden hoge streken op voedzame en vochtige gronden.
Teeltwaarde:
Souvenir du Congrès is een ras van matige kwaliteit dat alleen in de Betuwe en in Zeeland op kleine schaal voorkwam. Slechts sporadisch was het ras plaatselijk van iets grotere betekenis.
Door de grote, kleurrijke vruchten, vroeger een wijd verbreide handelssoort, ook nu nog op de markt. Door de grote vruchten vergat men de niet zo fantastische kwaliteit. Niet geschikt voor massaproductie en particulieren. Hoogstens voor fruittelers, landelijke tuinen voor handelsdoeleinden. Kopers houden nog steeds altijd van grote vruchten.
Gelijkende vruchten:
  • Marguerite Marillat.
Snoeien:
Voortdurende snoeicontrole om de takken sterk te maken zodat ze grote en zware vruchten kunnen dragen. De boom laat zich tamelijk gemakkelijk vormen.
Oorzaak van verdwijnen:
Souvenir du Congrès heeft nooit als “eersteklas tafelpeer” bekend gestaan, omdat de vruchtkwaliteit en de houdbaarheid te slecht waren. Dit ras behoort tot de muskusperen die door sommigen gewaardeerd werden, maar nu door de veranderde smaak van de consument juist door de muskussmaak niet erg meer gewaardeerd worden.
Plantadvies:
Diversen:
De vermelding in de zesde rassenlijst voor fruit (1948) staat vermeld: Vrucht is van matige kwaliteit en slecht houdbaar.
Brongegevens:
  • Perensoorten blz. 180.
  • Verdwenen appel- en perenrassen.
  • Zesde rassenlijst voor fruit (1948)
  • Onze appels- en peren. H. de Greeff (1905).
Souvenir du Congrès bloei
Souvenir du Congrès blad
03.09.2009