bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Perenboom.
Originele naam:
Emile d' Heyst
Synoniemen:
  • Geen 
Herkomst:
Gewonnen door Majoor d' Esperen te Mechelen (België) omstreeks 1845. Droeg voor het eerst in 1847 (het sterfjaar van Majoor d' Esperen). Is genoemd naar Emile Berckmans te Heyst op den Berg. (Leroy, dict. De Pommes 2, 1869, pagina 131).
Vrucht:
Emile d' Heyst peer
plukrijp: eind oktober.
consumptierijp: oktober - november. Behoort tot de goede late herfstperen.
afmetingen: middelgroot, vrij onregelmatig van vorm. Bij de steel afgenot.
kelkholte:  
kelk: klein en gesloten.
steelholte:  
steel: normaal, recht ingeplant. Heeft een brede, scherpe steelvoet (aanhechtingsplaats van de steel aan het vruchthout).
schil:  
grondkleur: sterk roestbruin met donkergroene ondergrond.
dekkleur: bij rijpheid meer goudgeel gekleurd.
vruchtvlees: wit, zeer saprijk, smeltend, iets rins met aangenaam aroma.
klokhuis:  
Gevoelig voor:
Bestrijdingsmiddelen.
Oogst:
Draagt vroeg. De vrucht zit zeer vast aan het hout en is moeilijk te oogsten. De stelen breken dikwijls af, bij het plukken de vruchten op de steelvoet afbreken. Niet windvast omdat de stelen snel breken.
Bewaren:
De vrucht behoort tot de late herfstperen, is matig houdbaar en laat zich matig bewaren. Veel last van moniliarot vooral van die peren die geen steel meer hebben. Ook kunnen de peren snel buikziek worden. In de koeling tot half januari.
Gebruik:
Sappige handpeer. De peer is bij hardrijpheid ook als stoofpeer te gebruiken.
Boom:
De boom groeit matig, en vormt een matig grote boom. Het blad is rood gesteeld en heeft grootvormige, omhoog staande randen.
Emile d' Heyst perenboom
Bloei:
Vroeg tot middentijds. Stuifmeel is goed, volgens Rawes is kruisbestuiving noodzakelijk. Bonne Louise d`Avranches en Emile d`Heyst zijn wederzijds verdraagzaam. De vruchten kunnen zonder bevruchting (parthenocarp) uitgroeien en kan in jaren met nachtvorst toch nog een goede oogst van pitloze vruchten geven.
Emile d' Heyst bloei
Gelijke bloeiers:
  • Marguerite Marillat.
  • Dr. Jules Guyot.
  • Bon Chrétien.
  • Williams.
  • Williams Duchesse.
  • Beurré de Mérode.
  • Pitmaston Duchesse.
Bevruchters:
  • Belle Lucratieve.
  • Bonne Louise d` Avranches.
Boomvorm:
Geschikt voor struik en vormboom.
Onderstam:
Kan veredeld worden op zaailing en kwee met tussenveredeling.
Opbrengst:
Vruchtbaarheid is zeer verschillend, er wordt regelmatig geklaagd over onvruchtbaarheid. Is in andere gevallen vroeg en vrij regelmatig vruchtbaar. Is sterk onderhevig aan beurtjaren. Geeft indien vruchtbaar grote opbrengsten in de draagjaren.
Weerstandsvermogen:
Heeft weinig last van ziektes, is echter wel gevoelig voor bestrijdingsmiddelen. Vaak last van wormstekerigheid.
Standplaats:
Eist voedzame grond, bij voorkeur zware kleigrond. Is ongeschikt voor de lichte grond.
Teeltwaarde:
Emile d`Heyst had in Zeeland de bijnaam "6-cents peer" vanwege zijn vaak slechte vruchtkwaliteit. De peer zou niet meer waard zijn dan 6 cent per kilogram, wat zelfs in die tijd niet veel was. Een sterke uiterlijke kwaliteitsvermindering kon ontstaan doordat de peren zonder steel geplukt werden of doordat in de kist de scherpe steeluiteinden beschadigingen aan de andere vruchten veroorzaakten.
Gelijkende vruchten:
Lijkt in enkele opzichten op de Conférence. De vruchtbaarheid is wat minder doch de smaak veel beter. Toch geven de meeste voorkeur aan de Conférence. Lijkt uiterlijk wel wat op de Comtesse de Paris.
Snoeien:
Behoort alleen thuis in de goed verzorgde bedrijven. Stelt hoge eisen aan de snoei. Emile d`Heyst maakt zeer veel kort vruchthout, wat regelmatig gedund moet worden. De boom moet gedund worden, met het doel beter ontwikkelde vruchten te verkrijgen en het voorkomen van beurtjaren.
Oorzaak van verdwijnen:
In de 8e Rassenlijst voor Fruitgewassen 1957 staat Emile d`Heyst bij de afgevoerde rassen met de opmerking: "Draagt onregelmatig, onregelmatig van vorm, breekt van de steel". Andere eigenschappen van dit ras zijn de matige kwaliteit van de peren (lees ongunstige zomers), de hoge eisen die dit ras aan voeding en verzorging stelt en de gevoeligheid voor bestrijdingsmiddelen.
Vooral dit laatste aspect is steeds zwaarder gaan tellen in de moderne boomgaarden. Hoofdzaak blijft de matige kwaliteit en het ongemak van de scherpe stelen bij het sorteren en verpakken.
Plantadvies:
Liefhebberssoort, meer pomologisch of landschappelijk interessant en minder voor consumptie.
Diversen:
Komt voor op de rassenlijst van Drenthe.
Brongegevens:
  • Nederlandse Fruitsoorten 1942. (Heidemij)
  • Zesde beschrijvende rassenlijst voor fruit, 1948.
  • Verdwenen appel- en perenrassen.
  • Oude Fruitrassen in Noord-Nederland. J.Veel & J.Woltema.
Emile d' Heyst blad
03.09.2009