bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Perenboom.
Originele naam:
Conseiller de la Cour
Synoniemen:
  • Duc d`Orléans.
  • Bô de la Cour.
  • Beau de la Cour.
  • Grosse Marie.
  • Maréchal de la Cour.
  • Maréchal Decours.
  • Hofratsbirne.
Originele naam van 1842 Maréchal de Cour. Originele naam vanaf 1853 Conseiller de la Cour.
Herkomst:
België, één van de laatste teelten van Prof. Jean Baptiste Van Mons (1765-1842) uit Leuven, genoemd naar zijn zoon die raadsheer (Conseiller de la Cour) was van het hof te Brussel. De eerste vruchten zijn van 1840.
Vrucht:
Conseiller de la Cour vruchtConseiller de la Cour doorsnede
plukrijp: eind september – half oktober.
consumptierijp: midden oktober tot midden november.
afmetingen: de vorm is vrij standvastig. Middel groot tot groot; breed 60-75 mm. ; hoog 75-95 mm. ; gewicht 120-150 gram. Peervormig, stompkegelvormig, kelkbuikig, kelkwaarts rond, steelwaarts smaller, ingesnoerd. Vruchtzijden effen, gedeeltelijk asymmetrisch.
kelkholte: vlak, nauw tot middel wijd, gedeeltelijk beroest.
kelk: hoog zittend, open. Blaadjes bruin, pluizig, hoornachtig, punten stervormig over de vrucht teruggeslagen,aan de basis vergroeid.
steelholte: ontbreekt dikwijls, vlak, meestal met een éénzijdige roestkap.
steel: lengte 15-35 mm.,dikte 3-4 mm., houtachtig, groen met bruin, aan het uiteinde van de vrucht verdikt, iets gebogen, dikwijls door een kleine vleeszwelling zijdelings gedrukt.
schil: glad, droog, ook wel ruw aanvoelend, typische talrijke bruine groenomrande stippels. Voor consumptie wordt schillen aangeraden.
grondkleur: geelgroen, groengeel.
dekkleur: ontbreekt meestal, maar indien aanwezig troebel-bruinachtig rood, flets, met netachtige kaneelkleurige roestpatronen die ook dichter over de vrucht verspreid kunnen zijn. Vooral om de steel en kelk.
vruchtvlees: geelachtig wit, middelfijn, halfsmeltend, sappig, rond het klokhuis iets korrelig, zurig tot zachtzoet, zonder herkenbare aroma.
klokhuis: middelmatig, met weinig steencellen omgeven. Kleine cellen met onvolgroeide pitten.
Gevoelig voor:
Schurft, steencellenvorming rond het klokhuis.
Oogst:
Oogsten voordat de vrucht boomrijp is. Hardrijp verbeterd de hoedanigheid van de vrucht en maakt ze sappiger. Vruchten hangen paargewijs of enkel. Zeer windvast tot aan boomrijpheid. Goed plukbaar. Hardrijp goed te transporteren.
Bewaren:
In natuurlijke opslag naar gelang de herkomst tot midden november, ook wel tot eind november bij vrije opslag.
Gebruik:
Tafelpeer voor vers gebruik, huishoudelijk voor compote en conserven op sap. Hardrijp geschikt voor sapproductie. Goede peer om te drogen. De peer is bij hardrijpheid ook als stoofpeer te gebruiken.
Boom:
Groeit in het begin sterk, later middelsterk. Gesteltakken schuinopwaarts. Later gaan onderste takken hangen, goed bezet met zijtakken. De twijgen zijn grauwbruin met een donkere olijfkleur en met ronde stippen. De scheuten zijn stevig, olijfgroen met grote ronde grijze stippen. Aan de top wollig. Vorm van de kruin hoog piramidaal. Ook geschikt voor haagvorm en muurbeplanting.
Bloei:
Langdurig, gevoelig voor late vorst en vocht. Bloesem aan lang- en korthout. De knoppen zijn kegelvormig, bruinzwart van kleur en staan van de tak af. De bladeren zijn eirond, in een spitse punt uitlopend, fijngetand, dikwijls gaafrandig, donkergroen van kleur.
Conseiller de la Cour bloei
Bestuivingen:
Stuifmeel is triploïd, kiempercentage 13 - 17%.
Bevruchters:
  • Bonne Louise `d Avranches.
  • Précose de Trévoux.
  • Williams Bon Chrétien.
Opbrengst:
Op Kwee A vroeg, vanaf het 5e en 6e jaar, op zaailing middelvroeg. De opbrengsten zijn hoog, regelmatig. Plaatselijk ook wel mindere opbrengsten.
Boomvorm:
Hoogpiramidaal.
Onderstam:
Voor laagstam en Spalier op Kwee A, direct verenigbaar. Voor hoogstam op zaailing.
Weerstandsvermogen:
Hout heeft opmerkelijk groot weerstandsvermogen tegen vorst. Ook als zaailing niet vorst gevoelig. Vatbaar voor schurft.
Standplaats:
Brede aanplantingmogelijkheden tot in hogere gelegen streken op voldoende vruchtbare, vochtige grond. Op natte, stijve gronden in het Noorden van ons land geeft de boom minderwaardige vruchten, die alleen in warme mooie zomers voor tafelpeer in aanmerking komt.
Teeltwaarde:
Eens wijd verbreid in Europa tot in Denemarken en Zweden door de hoge opbrengsten. De relatief geringe eisen die aan de standplaatsen gesteld worden en de goede weerstand van het hout tegen vorst. Tegenwoordig weinig verspreid omdat het geen 1e -klas tafelpeer is en daardoor niet geschikt voor aanplant op grote schaal. Maar ook voor eigen gebruik niet van waarde omdat de Conference en ook andere soorten op hetzelfde tijdstip rijp zijn en veel lekkerder smaken. Plaatselijk nog wel eens op de markt verkrijgbaar.
Gelijkende vruchten:
  • Soldat Laboureur.
  • Louise Bonne `d Avranches.
  • Fondante de Charneu.
Snoeien:
Vruchthout lange vruchttwijgen die bij snoei behandeld moeten worden. Na de vormsnoei controleren en uitlichten. Later verjongen.
Oorzaak van verdwijnen:
Plantadvies:
Diversen:
Brongegevens:
  • Perensoorten, Herbert Petzold,blz.118.
  • Hoogstamvruchtbomen.
  • Onze appels en peren, H. de Greeff. (1905)
  • De Nederlandse Boomgaard. (1868)
Conseiller de la Cour blad
03.09.2009