bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort:  Perenboom.
Originele naam:
Beurré Clairgeau
Synoniemen:
  • Clairgeau de Nantes.
  • Clairgeau`s Butterbirne.
Herkomst:
Frankrijk, gewonnen door Pierre Clairgeau uit Nantes, de eerste vruchten in 1848 en sedert 1851 door De Jonghe te  Brussel, verbreid.
Vrucht:
Beurré Clairgeau doorsnedeBeurré Clairgeau vrucht
plukrijp: vanaf midden september.
consumptierijp: eind oktober eind december.
afmetingen: groot tot zeer groot, langwerpig, slank, 60-75 mm breed, 80-120 mm hoog, gewicht 150-350 gram; vorm varieert van peer-, vijg-, fles-, druppel-, en afgeplat kegelvormig, dikwijls scheef, kelkbuikig, daardoor aan kelkzijde bolvormig; vruchtzijden asymmetrisch, naar de steel toe gekromd, zwak oneffen.
kelkholte: vlak tot midden diep, middel wijd, iets gezwollen, geribd, net-, ring-, straalvormig beroest.
kelk: middel groot, open blaadjes middel lang.
Beurré Clairgeau neus
steelholte: ontbreekt.
steel: door vleesgezwel meestal typisch scheef geplaatst, 15-25 mm lang, 4-6 mm dik, hout- of vleesachtig, aan uiteinde breed verdikt, bruin, aan de inplant roestkap.
schil: glad, droog, glanzend, middel dik, vast, iets taai, voor consumptie schillen.
grondkleur: geelachtig groen, rijp helder groenachtig geel.
dekkleur: koperrood, bruinachtig rood, oranjerood, licht of troebel, flets; stippels op de schil talrijk, bruin, groen, roodomrand. Beroesting onrijp bronskleurig, rijp kaneelbruin, in vlekken of over het gehele oppervlak. Vrij veel beroesting.
vruchtvlees: afhankelijk van standplaats, weersomstandighe­den en plukdatum, geelachtig wit, halfsmeltend, griesmeelachtig, korrelig tot raapachtig, gekruid, zoet, zurig met typisch meer of minder uitgesproken aroma. Saprijk.
klokhuis: groot klokhuis, hokken onregelmatig en weinig ontwikkeld. Tamelijk grote dofbruine zaden.
Gevoelig voor:
Vorming van steencellen rond het klokhuis, redelijk vatbaar voor schurft.
Oogst:
Vroeg. Tijdstip beïnvloedt de kwaliteit, het juiste tijdstip aanhouden, varieert per jaar kort voor boomrijpheid omdat daarna vruchtval optreedt. Boomrijp goed te vervoeren, consumptierijp niet, grote plukprestatie ondanks moeilijke pluk door de omvang van de vruchten. Vruchten zijn niet windvast. Heeft geen uitgesproken beurtjaren. Door snoei kan achterblijvende productiviteit verbeterd worden.
Beurré Clairgeau
Bewaren:
Natuurlijke opslag afhankelijk van standplaats, consumptierijp midden oktober tot begin december. Wordt niet rimpelig, regelmatig controleren op beurs worden en vruchtrot. Vruchten kunnen voortijdig zacht worden, waardoor ze slecht transporteerbaar zijn.
Gebruik:
Siervrucht, tafelpeer (2e klasse) voor verse consumptie, huishoudelijk als compote, drogen en industrieel voor sapwinning. De Beurré Clairgeau is ook geschikt om te stoven wanneer de vruchten bijna rijp en nog hard zijn.
Boom:
Groeit zwak en zeer steil. De boom vormt weinig zijtakken. Gesteltakken typisch steilopwaarts, bijna parallel met de hoofdstam, waaraan kort vruchthout en weinig vertakkingen. Vorm van de kruin klein spits piramidevormig, zoals piramidevormige appelbomen; vormsnoei ter bevordering van de vertakkingen, slechts de bovenste knoppen groeien uit, regelmatig verjongen, door hoge opbrengsten snel verouderd, geschikt voor haagbeplanting en leibomen tegen de muur.
Bloei:
Middentijds. Middel lang, weinig weer- en vorstgevoelig, bloemknoppen al zijdelings aan twijgen van vorig jaar, eindstandig aan het korthout. Is een goede bestuiver voor Beurré Hardy en Williams Bon Chrétien.
Beurré Clairgeau bloei
Groei:
Beurré Clairgeau groeigrafiek
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Bestuiving:
Stuifmeel is diploïd. Kiemingspercentage: 35 - 85%. Bloeitijd: middentijds.
Bevruchters:
  • Bergamotte Esperen.
  • Calebasse Bosc.
  • Comtesse de Paris.
  • Soldat Laboureur.
  • William Bon Chrétien.
  • Beurré Durondeau.
  • Bonne Louise d` Avranches.
  • Clapp`s Favourite.
  • Conference (waarschijnlijk).
Opbrengst:
Zeer vroeg, hoog, regelmatig, normaal alleen grote vruchten.
Boomvorm:
Piramidaal, kleine kruin, de takken moeten in de jeugd wat uitgebogen worden daar de boom anders te zuilvormig wordt.
Onderstam:
Alleen voor laagstam op zaailing. Direct op Kwee is niet  gunstig, ook met tussenstam een te korte levensduur.
Weerstandsvermogen:
Vatbaar voor houtvorst, plaatselijk weinig voor schurft.
Standplaats:
Geschikt voor warme gebieden, beschut tot op vrij hoge gebieden. Op voedzame grond met voldoende vocht, voorkeur voor muurbeplanting. Het ras voldoet matig op lichte gronden.
Teeltwaarde:
Vroeger wijd verbreid, ook als aanplant langs wegen, tegenwoordig sporadisch in de handel, niet geschikt voor groot productie i.v.m. pluktijden en kwaliteit van de vrucht. Positief is de kleine kruin, jaarlijkse opbrengst, grote kleurige vruchten voor het einde van de herfst en het begin van de winter; voor eigen gebruik op vrij koude standplaats van minder waarde.
Beurré Clairgeau perenboom
Gelijkenissen:
  • Abbé Fétel.
  • Calebasse Carafon.
Snoeien:
Als de boom ongemoeid wordt gelaten ontstaat er een karakteristieke steile boom. Flink snoeien is noodzakelijk, ook al omdat bij weinig groei, wat bij dit ras voor kan komen, de vruchtbaarheid achterblijft.
Oorzaak van verdwijnen:
Dit ras brengt redelijk mooie peren voort, die echter maar van middelmatige kwaliteit zijn. In Nederland kwam Beurré Clairgeau algemeen verspreid voor, maar meer in het zuiden en het westen van ons land dan in het noorden, de IJsselstreek en Utrecht.
Dit ras was door zijn mooie uiterlijk en redelijke houdbaarheid populair bij de handel. Moeilijkheden in de teelt zoals afwaaien van vruchten, vatbaarheid voor schurft, moeilijk te vormen boom en een lage kilo-opbrengst hebben Beurré Clairgeau bij de teler niet populair gemaakt. In dit geval hebben de telers aan het langste eind getrokken en is het ras geleidelijk verdwenen.
Diversen:
Het is een tweede zo niet derde klasse vrucht, die in hoofdzaak aanbeveling verdient om haar grootte, vorm en kleur; alleen in gunstige jaren en bij de juiste rijpheid kan zij een tafelpeer worden. Komt voor op de rassenlijst voor peren in Drenthe.
Brongegevens:
  •  Perensoorten, Herbert Petzold, blz.: 84.
  •  Onze appels en peren. H.de Greeff (1903).
  •  Verdwenen appel- en perenrassen blz.57.
  •  De Nederlandsche Boomgaard (1868).
  •  Nederlandse Fruitsoorten (1942).
Beurré Clairgeau blad
03.09.2009