bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Zoete Pippeling
Synoniemen:
  • Tuinzoet.
  • Zoete van Bent. (falso)
  • Kaneelzoet.
  • Van der Bent`s Zoete. (falso)
  • Zoete Kafappel.
  • Blanke zoete reinette.
Herkomst:
Van de Zoete Pippeling is weinig bekend. Het ras was omstreeks 1950 in Groningen wel van enige betekenis voor de handelsteelt in Groningen en Drenthe. Eén van de synoniemen van de Zoete Pippeling wordt wel eens de "Van der Bent's Zoete" genoemd, echter dit is niet juist. Het doet misschien wel eens denken aan het ras Benderzoet. In het “Netherlands Register of Apple Cultivars” door ir. B. Kiès, wordt Enkele Benderzoet beschreven als een geel tot oranjerood gestreepte appel met rode blos. In een andere publicatie wordt gesproken over een groen tot groengele appel, hetgeen sterk overeenkomt met Zoete Pippeling, maar zeker is dat Benderzoet en Zoete Pippeling toch twee verschillende rassen zijn.
Vrucht:
Zoete Pippeling vrucht
Zoete Pippeling appel
plukrijp: half  oktober.
consumptierijp: tot midden februari.
afmetingen: middelmatige grote vrucht.
kelkholte: ondiep, van roest voorzien, licht geribt. 
kelk: open, met spitse, opstaande kelkbladeren, die aan de basis los van elkaar staan.
steelholte: ondiep, met wat beroesting.
steel: kort, dik, krom tegen de vrucht liggend, bijna zonder holte.
schil: ruw, vrij dik.
grondkleur: somber geelachtig groen.
dekkleur: aan de zonzijde goudgeel, soms met bruinachtige menierode vlammen en zwart bruine stippen, met een dunne laag roest overtrokken.
vruchtvlees: fijn, stevig vruchtvlees, zoet, aangenaam, geurig.
klokhuis: klein, met ruime cellen en grote bruine pitten.
Zoete Pippeling pitten
Gevoelig voor:
Weinig gevoelig voor kanker en schurft.
Oogst:
Regelmatig.
Bewaren:
Tot half februari of nog langer.
Gebruik:
Redelijk goede hand- en stoofappel.
Boom:
Een gezonde boom die goed groeit; de twijgen staan overeind, ze zijn grijsachtig donkerbruin met kleine voelbare kleine stippen.
Bloei:
Laat, als alle andere zoete appels. De knoppen zijn stomp, ongelijkvormig, vlak geplaatst, de bladsteel is ongeveer 2½ cm. Lang, langwerpig en ovaal, spits gepunt, scherp en onregelmatig getand. De scheuten zijn dof grauwbruin en wollig.
Zoete Pippeling bloem
Groei:

Zoete Pippeling groeigrafiek
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Opbrengst:
Grote opbrengsten.
Gelijke bloeiers:
Bevruchters:
Boomvorm:
Bolvormig.
Onderstam:
Hoogstam.
Weerstandsvermogen:
Gezonde boom.
Standplaats:
Teeltwaarde:
Gelijkende vruchten:
Snoeien:
Oorzaak van verdwijnen:
Deze zijn van het ras Zoete Pippeling niet bekend. Het ras is nu geheel verdwenen terwijl in 1948 in de eerste rassenlijst fruit voor Groningen en Drenthe aanplanten van Zoete Pippeling nog wel verantwoord geacht werd.
Plantadvies:
Liefhebberssoort, meer pomologisch of landschappelijk interessant en minder geschikt voor de consumptie.
Diversen:
Brongegevens:
  • Verdwenen appel- en perenrassen blz. 52.
  • De Nederlandsche Boomgaard. (S. Berghuis 1868)
  • Oude Fruitrassen in Noord-nederland. J. Veel & J. Woltema.  
Zoete Pippeling blad
22.10.2009