bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Zigeunerin
Synoniemen:
Herkomst:
Volgens Rietsema (rassenlijst voor fruit) oorspronkelijk afkomstig uit Riga, bij de Oostzee, waar de appel werd gekweekt door Gartendirektor Kuphaldt. Omstreeks 1895 door de boomkweker Vallen te Swalmen in Nederland ingevoerd.
Vrucht:
 
plukrijp: Half augustus tot half september. Begin van de pluk valt na het pluktijdstip van Early Victoria en Keswick Codlin. Doorplukken is gewenst, de rode vruchten vallen snel af.
consumptierijp: Half augustus tot half september.
afmetingen: Groot, iets hoger dan breed, regelmatig van vorm.
kelkholte: De holte is matig diep. 
kelk: Klein met gesloten blaadjes.
steelholte:

Diepe holte.

steel: Korte steel, komt niet of nauwelijks boven de vrucht uit.
schil:  
grondkleur:

Lichtgroen.

dekkleur: Zeer mooie dekkleur, rood gestreept en gevlekt op licht-groene ondergrond.
vruchtvlees:

Groenachtig wit, iets droog en zacht, zachtzuur, geen aroma. Sommige jaren plaatselijk aanzienlijk beter.

klokhuis:

Vrij groot, iets kelkwaarts, matig bezet met zaden.

zigeunerin
Gevoelig voor:
  • Boomkanker, vooral op zwaardere en vochtige gronden.
  • Schurft. (gering)
  • Zaagwesp.
  • Spint.
Oogst:
Door zijn steile groei vroeg en erg vruchtbaar. Is niet gevoelig voor beurtjaren. Is later vruchtbaar dan de Transparente Jaune. Heeft de neiging vroegtijdig de vruchten te laten vallen. Reageert goed op bespuitingen tegen vroege val.
Bewaren:
Als zomerappel heeft de Zigeunerin maar een beperkte bewaarbaarheid. Moet na half september geconsumeerd zijn.
Gebruik:
Moesappel en matig geschikt als handappel.
Boom:
Matige groeier. Vormt een steile boom met weinig vertakt hout en weinig bladbezetting. Kan dicht bij elkaar geplant worden.
Bloei:
Vroege bloeier.
 
Opbrengst:
Vroeg, regelmatig en veel.
Gelijke bloeiers:
Bevruchters:
Boomvorm:
Piramidaal met open kroon.
Onderstam:
Geschikt voor struikvorm; als blijver op sterke en zeer sterke onderstammen, als wijker op tamelijk sterke onderstammen. Op M9 blijft de Zigeunerin te klein.
Weerstandsvermogen:
Vrij gezonde boom.
Standplaats:
De Zigeunerin kwam alleen voor op struik (zelfs in Limburg) en was vooral in Zeeland een belangrijk ras. Geschikt voor klei en zandgronden. Op de lichtere gronden voelt de boom zich het beste thuis.
Teeltwaarde:
Zigeunerin is een ras met een veel belovend, mooi uiterlijk dat in een zeer gunstige tijd rijp is, namelijk vlak na de eerste zomerappels als er even een gat in de appelaanvoer valt. In verhouding tot het uiterlijk van de Zigeunerin valt de innerlijke kwaliteiten erg tegen. Vlak na de eerste wereldoorlog werd dit ras geïntroduceerd en trok de aan-dacht van de teler en de consument. Maar er werd van de kant van de voorlichting, geadviseerd geen Zigeunerin aan te planten, omdat dit het aanzien van het Nederlandse fruit zou schaden. Toch werd er vaak een goede prijs voor dit ras gemaakt.
Gelijkende vruchten:
Snoeien:
De boom moet flink gesnoeid worden om vertakkingen te bewerkstelligen, en moet gedund worden om een goede vruchtmaat te verkrijgen.
Oorzaak van verdwijnen:
De bedrieglijkheid van deze appel heeft dit ras bij teler en consument na een grote belangstelling ook weer snel im-populair gemaakt. Te geringe kwaliteit verpakt in een heel mooi jasje.
Plantadvies:
Liefhebberssoort, meer pomologisch of landschappelijk interessant en minder geschikt voor de consumptie.
Diversen:
Brongegevens:
  • Verdwenen appel- en perenrassen blz. 52.
  • Heidemij. (1942)
  • Aanvullende informatie Bongerd Groote Veen.
  • 6e beschrijvende rassenlijst voor fruit. (1948)
  • Zelf fruit kweken. (1951)
  • Oude Fruitrassen in Noord-nederland. J. Veel & J. Woltema.
 
01.06.2011