bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Rode Jonathan
Synoniemen:
  • Ulster Seedling.
  • King Philip.
  • Philipp Rick.
Herkomst:
U.S.A., vóór 1826 als zaailing gewonnen door Philipp Rick te Woodstock, Ulster County (New York) uit ‘Esopus Spitzenburg’ (ook Spitzenberg), genoemd naar Jonathan Hasbrouck.
Vrucht:
Rode Jonathan doorsnede
plukrijp: vanaf eind september tot midden oktober. Pluktijdstip komt erg nauwkeurig. Bij te vroeg plukken zijn de appels smaakloos en minder van kleur. Bij te laat plukken is er een verhoogde kans op het optreden van zacht worden.
consumptierijp: vanaf november tot maart / april.
afmetingen: klein tot middel, ook klein. 66 mm breed, 58 mm hoog, gewicht 95 gram gemiddeld 100-110 gram.
Rondachtig, zijden meestal regelmatig, gedeeltelijk ook met vlakke kanten.
kelkholte: nauw, diep, met rimpels en ribben.
kelk: klein, gesloten.
steelholte: middelwijd, diep, bultig, geschubd, straalvormig roodachtig bruin beroest.
steel: 15-30 mm lang, 2-3 mm dik, houtachtig, vrij diep ingeplant.
schil: glad, droog, ook ietsje vettig. De schil is hard en taai en daarom ongeschikt voor industrieelverwerking.
grondkleur: geelgroen tot lichtroodachtig geel.
dekkleur: troebelrood tot diep donker-purperrood, verschoten, gestippeld.
vruchtvlees: geelachtig wit, vast, middel fijncellig, sappig, zuurachtig zoet, zacht aromatisch, matig geparfumeerd.
De kleine vruchten zijn smaakloos.
klokhuis: normaal, normaal gesproken goed bezet met zaden.
Gevoelig voor:
Voor drukplekken bijna niet zichtbaar onder de rode schil, wordt niet rot, wel bruin kurkachtig; matig voor stip, vruchtrot, bruin worden van het vruchtvlees; vruchten sterk vorstgevoelig; voor Spot; schil gevoelig voor koperbespuitingen.
Oogst:
Vruchten hangen apart tot in dichte trossen, windvast, waardoor verleiding bestaat te laat te oogsten, daardoor toename van Jonathanspot (zwarte vlekken- geen schurft) en risico bij nachtvorst, waardoor de vruchten aan de boom gaan lijden aan de verstoring van het vruchtvlees; goed plukbaar, plukprestatie middel tot hoog, machinaal sorteerbaar, goed transporteerbaar. De boom moet gedund worden, met het doel beter ontwikkelde vruchten en het voorkomen van beurtjaren. Bij droogte daalt de opbrengst, maar de vruchten zijn beter van smaak.
Bewaren:
Matig te bewaren door grote kans op bewaarziekten. In natuurlijke opslag bij +4ºC tot maart - april, niet slap wordend; in koeling gevoeliger, direct na de pluk opslaan bij 3ºC, na 2 maanden temperatuur laten dalen tot =1ºC, daarna op 0ºC tot april/mei houdbaar; wel toenemend gevaar voor bruin worden van het vruchtvlees en Spot. Jonathan bederf is een bruine verkleuring bij de vaatbundels wat alleen bij Jonathan optreed. Jonathanspot zijn bruine ronde vlekjes op de vrucht meestal bij de lenticellen, dit kan ook op andere rassen voorkomen. Hoe meer kleur erop zit hoe meer de kans bestaat op zacht.
Gebruik:
Veel gevraagd als rode appel (“Kerstappel”) voor vers gebruik, matig voor sap en moes, kan goed gedroogd worden.
Boom:
Heeft veel verzorging nodig, groeit zwak tot middelsterk, dunne takken. Gesteltakken schuinopwaarts tot horizontaal, dicht bezet met zijtwijgen. Vruchthout korte tot middellange vruchttwijgen. Kruin piramidaal, dichte groei, later veel hangend hout. Bestrijden van meeldauw mogelijk door aangetaste twijgen te korten, geschikt voor haagvorm.
Rode Jonathan boom
Bloei:
Middentijds. Lateraal aan eenjarige en tweejarige langloten en eindstandig aan eenjarige kortloten, weinig vorst- en weersgevoelig.
Opbrengst:
Vroeg, vanaf het 3e standjaar, middelhoog, ongeveer één derde minder dan de “Golden Dilicious”, regelmatig.
Gelijke bloeiers:
  • Cox`s Orange Pippin.
  • Early Victoria.
  • Present van Engeland.
  • Laxton`s Superb.
  • Bramley`s Seedling.
  • Groninger Kroon.
Bestuiving.
Stuifmeel is diploïd,
levert goed stuifmeel, kiemingspercentage: 70 - 97 %.
Partieel steriel, heeft kruisbestuiving nodig.

Bevruchters:

  • Cox`s Orange Pippin.
  • Lombarts Calville.
  • Golden Dilicious.
  • Englisch Winter Goldpearmain.
  • James Grieve.
  • Laxton`s Superb.
  • London Pippin.
  • Present van Engeland.
  • Wealthy.
  • Yellow Bellflower.
  • Yellow Transparent.
  • Scarlet Pimpernel.
  • Transparente de Croncels.
  • Princesse Noble.
resultaat van zelfbestuiving
resultaat in %. auteur:
land:
Rode Jonathan
3,5
Luce, Morris Washington
Rode Jonathan
0,7
Marshall Michigan
Rode Jonathan
=
Overholster California
Rode Jonathan
3,8
Wicks Arkansas
Rode Jonathan
1,3
Murneek Missouri
Rode Jonathan
=
Johansson.N Zweden
n.b. percentage > 5% is goed zelfbestuivend.
Boomvorm:
Kruin piramidaal.
Groei:
Rode Jonathan groei
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Onderstam:
Alleen voor laagstam op MM106, op betere gronden ook voor M26, Pi80; Jonathan kan zelf moeilijk een onderstam produceren.
Weerstandsvermogen:
Voldoende tegen hout- en bloeivorst; sterk vatbaar voor meeldauw eist daarom een goede/intensieve verzorging, minder voor schurft. Vatbaar voor kanker en bacterievuur.
Standplaats:
Voor warme en warmste standplaatsen, ook voedselrijke, droge gronden, voor lichte mits voedsel- en watertoevoer; niet voor koude koele gebieden en gronden, speciale standplaatseisen; hoe warmer de standplaats, des te beperkter is ook de natuurlijke opslagmogelijkheid voor de vruchten.
Teeltwaarde:
Voor industriële productie, onder voorbehoud geschikt door hoge verzorgingskosten en oogstrisico, bij meldingen van vroege nachtvorst grote percelen onmiddellijk oogsten; voor eigen gebruik en telers die zich de grote verzorgingskosten en een intensieve mechanische bestrijding van meeldauw kunnen permitteren, op geschikte standplaatsen. Van Jonathans zijn er verschillende typen en selecties, zie blz.15 Appelsoorten. Positief wordt wat betreft opbrengst en dekkleur het type Watson uit Brits Columbia beoordeeld.
Rode Jonathan appels
Gelijkende vruchten:
  • Neuer Berner Rosenapfel.
  • Spartan.
Snoeien:
Voor hoogstammen zijn er in principe twee kroonvormen te onderscheiden: de bolkroon en de piramidale kroon. Over het algemeen wordt de bolvormige kroon voor de meeste appelrassen aanbevolen. Er zijn echter een aantal appelrassen die in verband met hun groeiwijze bij voorkeur met een piramidale kroon worden opgekweekt.
Het gaat hierbij om de volgende rassen:
  • English Winter Goldpearmain.
  • Huismanszoet.
  • Keuleman.
  • Sterappel.
  • Jonathan.
  • Wealthy.
Wil men voorkomen dat de boom een harttak vormt dan zal men direct al in de jeugdjaren meer dan normaal de harttak regelmatig moeten inkorten. Om een goede vruchtgrootte en een rode kleur te verkrijgen, moet de boom zorgvuldig gesnoeid worden. De Jonathan vormt tamelijk veel slap hout dat echter spoedig vruchtbaar is. De boom verdraagt zeer goed een krachtige en korte snoei (veel hout eraf weinig laten staan). De Jonathan dient goed uitgedund te worden, anders verkrijgt men (vele) te kleine vruchten. Het is niet goed om de boom zeer lang te laten hangen. Men verkrijgt in dat geval veel vruchten met hinderlijke stip.
Na de vormsnoei, lopende controlesnoei, uitlichten, verjongen en vernieuwen van het vruchthout. Ook op latere leeftijd.
Oorzaak van verdwijnen:
Het is de vraag of Jonathan een oud ras genoemd kan worden, velen zullen zijn opkomst en afgang meegemaakt hebben. Het is wel een verdwenen ras dat wil zeggen de gewone Jonathan. De Rode Jonathan (mutant) wordt nog gebruikt als bestuiver, voornamelijk voor de Golden Dilicious. Aan het eind van de jaren dertig werd Jonathan aarzelend aangeplant. De smaak van het ras (flauw, net als andere Amerikaanse appels) werd weinig gewaardeerd en het ras had last van bloedluis en vooral meeldauw. Maar de Jonathan werd snel populair omdat het ras lang bewaarbaar was en goed in intensieve beplantingen paste vanwege groei en bestuiving. Binnen tien jaar was het één van de belangrijkste appels in het sortiment.
Na een aantal jaren ervaring bleek Jonathan lang niet altijd de gewenste rode kleur te krijgen en bleken de vruchten vaak slecht bewaarbaar. Twee bewaarziekten hebben zelfs hun naam aan dit ras te danken, namelijk Jonathanbederf en Jonathanspot. Dit en de grote vatbaarheid voor meeldauw waren redenen om Jonathan in 1965 tot B-ras en in 1967 tot O-ras (aanplant niet meer aanbevolen) te verklaren en ervoor in de plaats op beperkte schaal Rode Jonathan (hoofdzakelijk als bestuiver) te adviseren.

Bij dit ras zijn het scala van bewaarziekten waar het.ras gevoelig voor is en het achterwege blijven van de kleur wel de hoofdredenen voor het verdwijnen. Daarbij komt nog de vatbaarheid voor meeldauw en het te vaak voorkomen van te kleine vruchten.

Plantadvies:
Aan te raden, mits voldoende rekening wordt gehouden met specifieke eisen betreffende standplaats, grondsoort en verzorging.
Diversen:
Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe.
Brongegevens:
  • Appelsoorten, Herbert Petzold, blz.126.
  • Appel- en Perenboek, blz.41.
  • 6e rassenlijst, 1948, blz.32.
  • Nederlandse Fruitsoorten. 1942.
  • Zelf fruit kweken. P.Dekker, blz.129 (1951).
  • Verdwenen appel- en perenrassen, blz.: 28.
  • Oude Fruitrassen in Noord-Nederland. J. Veel & J. Woltema.
  • Oorzaken van onvoldoende vruchtzetting bij vruchtbomen, N.Jungerius 1934.
Rode Jonathan blad
05.09.2009