bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Present van Engeland
Synoniemen:
  • Heerappel.
Herkomst:
Hoewel de naam anders doet vermoeden is het een oud Nederlands ras, dat buiten ons land onbekend is. Hij is al anderhalf eeuw bij ons beschreven, maar onbekend in de buitenlandse literatuur. Rond 1899 werden al oude zware bomen aangetroffen, wat er op duidt dat het een oud ras is. Behalve in de IJsselstreek vond men hem ook in Noord Holland (Beemster-West Friesland) en in mindere mate in Zuid-Holland. Elders bleef hij zeldzaam. Staat vermeld in: "Beschrijvende Vruchtsoorten 2e reeks, 1863 pagina 72".
Vrucht:
Present van Engeland vrucht
plukrijp: midden oktober.
consumptierijp: november tot aan het einde van de winter.
afmetingen: middelmatig tot groot met een zeer karakteristieke vorm, buiten gewoon langwerpig en smal, bij de kelk vrij smal en afgeknot en gewoonlijk iets scheef. Is een flink grote vrucht, dikwijls treft men er verbazend en mooie grote exemplaren van aan.
kelkholte: de kelkholte is klein en ondiep, met tamelijk kleine ruggetjes en naadjes toelopend.
kelk: de kelk is klein, in verhouding tot de vrucht zelfs zeer klein, de kelkblaadjes zijn goed gevormd, klein en gesloten.
steelholte: smal en ondiep.
steel: vrij kort en dun, niet breed uitlopend, in een smalle vrij diepe holte weggezonken.
schil: mooi glad en gaaf, zelden of nooit beschadigd, met stippen (lenticellen) bezet.
grondkleur: aan de boom grasgroen met bruin aan de zonzijde.
dekkleur: wasgeel met aan de zonzijde een levendig frisrode blos.
vruchtvlees: geelwit, om het klokhuis iets groenwit of met groene aderen bezet. Frisse zachtzure smaak, fijnzacht en sappig, los, niet knappend, zeer aromatisch. De kenmerkende smaak is bij geen andere soort aangetroffen.
klokhuis: zeer groot, breed en lang met ruime hokken, die matig tot  goed met zaden zijn bezet.
Gevoelig voor:
Oogst:
Zeer vroeg en rijkdragend. “Een vruchtbaarder soort is ons niet bekend” zo werd in 1905 geschreven en bomen met 3 en 4 jarige kronen dragen reeds en gaan daarmee elk jaar weer voort, in het ongunstige jaar 1903 gaf de Present van Engeland een goed beschot.
Bewaren:
Natuurlijke opslag tot aan het einde van de winter.
Gebruik:
Goede handappel voor vers tafelgebruik. Voor de connaisseurs een der fijnste appelen, zacht van vlees met een subtiel aroma. Zeer goede winterappel.
Boom:
Een matig groeiende boom met een kleine ronde kroon die bijzonder lastig is te vormen en te snoeien door de bijzondere groeivorm. Vanwege de aan slappe takken neerhangende vruchten werd hij meestal als hoogstam geteeld. Omdat de groei zo matig is en de takken zo slap neerhangen, werden er in de IJsselstreek rassen die hier groeiden, meestal Bramley`s Seedling of Groninger Kroon, aangeplant en deze later omgeent met de Present van Engeland.
Bloei:
De bloei is middentijds met trossen aan het einde van de takken, zelffertiel. Hij is een matige bestuiver die zelf bestoven kan worden om de opbrengst te verhogen.
Present van Engeland bloei
Opbrengst:
Gelijke bloeiers:
Bestuiving:
Stuifmeel is vermoedelijk diploïd. Kiempercentage 60 - 80 %. Zelfbestuiver.
Bevruchters:
  • Allington Pippin.
  • Cox Orange Pippin.
  • Keulemans.
  • Lemoenappel.
  • Lunterse Pippeling.
  • Canada Reinette.
  • Glorie van Holland.
  • Groninger Kroon.
Boomvorm:
Kleine vaak gebrekkig ogende met veel hangende takken. Takken zijn taai daardoor breken ze niet.
Groei:
Present van Engeland groei
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Onderstam:
Hoogstam.
Weerstandsvermogen:
Matig windvast, de gezondheid is goed, enigszins kanker gevoelig, wel zijn er snel beschadigde vruchten. Soms neusrot, soms minder houdbaar door bewaarstip.
Geringe vatbaarheid voor kanker en schurft.
Standplaats:
Bij voorkeur goede grond; klei of vruchtbare zandgrond. Als plantafstand voor hoogstam is 7 à 8 meter voldoende. Is door de laag hangende takken ongeschikt voor lage vormen.
Teeltwaarde:
Gelijkende vruchten:
Snoeien:
Present van Engeland is een variëteit die vanwege zijn buitengewoon lastige groei eigenschappen minder geplant wordt dan met zijn kwaliteiten als boomgaardappel zou overeenkomen. De snoei van deze appel is wel zo afwijkend van al de andere, dat vele fruittelers er niet aan durven te beginnen. En toch is het niet zo erg dat men wel zou vermoeden. Indien de boom over de gehele linie goed verzorgd wordt, is ook de snoei wel te doen. Inderdaad: de present van Engeland is lastig, maar met wat goede wil en geduld is er een behoorlijke boom van te maken. De bij de oudere fruittelers geldende regel, dat een Present van Engeland niet gesnoeid mag worden is fout, hij moet wel terdege worden gesnoeid. Men moet er alleen mee rekenen dat bij deze variëteit op de twijgen de ogen dikwijls niet uitlopen, zij blijven slapen. Men kan dus niet doelbewust op een bepaalde oog terugsnoeien, in het vertrouwen dat dit oog een scheut zal vormen in een bepaalde richting, afhankelijk van de stand van het oog. Het onaangename verschijnsel doet zich voor, dat een veel lager geplaatst oog in een geheel ongewenste richting uitloopt. Bij het vormen van de kroon heeft men hiermede inderdaad moeilijkheden, maar onoverkomelijk zijn ze niet, de in de verkeerde richting vertakte of verlengde twijg wordt in de volgende winter weer ingekort en men houdt dit vol totdat de tak in de gewenste richting is gegroeid. We willen hier nog opmerken, dat het blijven slapen van de ogen minder hinderlijk voorkomt naarmate de bomen beter verzorgt en vooral beter bemest worden.
De present van Engeland vormt alleen aan de uiteinden van de jonge loten bloem- en bladknoppen. Een lange snoei is hier de aangewezen weg. Nadat de boom zijn vorm enigermate heeft gekregen, bepaalt de snoei zich alleen tot het uitdunnen. Een mooie boom zul je van dit ras nooit verkrijgen.
Present van Engeland
Oorzaak van verdwijnen:
Door de langwerpige vorm  en de grootte van het klokhuis van de appels kwamen ze niet aan de maat en gewicht, waardoor de Present van Engeland vaak in de lage prijzen viel. Toch werd dit ras wel door de handel gevraagd. Ook zijn moeilijke boomvorm schrok de telers af dit ras te planten. De aanvoer van dit ras daalde geleidelijk waarna de prijs van dit kwalitatief goede ras nog een tijd beter werd. Het ras is nu bijna geheel verdwenen.
Plantadvies:
Af te raden, vanwege ziektegevoeligheid, hoge verzorgingseisen en/of teleurstellende kwaliteit, mogelijk behoudens zeer bijzondere situaties.
Diversen:
Men moet de Present van Engeland goed kennen wil men er mee beginnen, zo werden telers vroeger in de handboeken gewaarschuwd. Een eigenaardigheid van de boom is dat de ogen zo slecht uitlopen. Gewoonlijk loopt het topoog en een enkele hooggeplaatste zijogen uit, bij het enten moet men daarom enten met topogen nemen. Bij de snoei moet het inkorten van twijgen worden nagelaten, omdat ingekorte takken later weigeren uit te lopen. Men kan zich beperken tot het wegnemen van overtollige twijgen van jonge hout, echter men moet voorzichtig zijn. Pas als de boom 15 jaar oud is heeft men weinig problemen meer met de boomvorm. Dan maakt hij in het midden flink stevig opgaand hout, zodat men langzamerhand kan beginnen met de hangende takken weg te snoeien.
Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe.
Brongegevens:
  • Jan Veel. Pomospost najaar, NPV,1996.
  • 6e rassenlijst voor Fruit,1948.
  • De Boomgaard, Practicus, 1942.
  • Onze appels en peren, H. de Greeff,1905.
  • Zelf fruit kweken. P.Dekker. (1951)
  • Nederlandse Fruitsoorten (1942).
  • Verdwenen appel- en perenrassen,blz.39.
  • Oude Fruitrassen in Noord-Nederland. J.Veel & J.Woltema.
Present van Engeland blad
05.09.2009