bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Laxton's Superb
Synoniemen:
  • Geen, naam is naar de kweker genoemd.
Herkomst:
Engeland, gekweekt door boomkwekerij Laxton Brothers te Bedford in 1897, uit de kruising van Wyken Pippin X Cox`s Orange gewonnen. In 1918 in de handel gebracht.
Vrucht:
Laxtons Superb vrucht
plukrijp: begin/midden oktober.
consumptierijp: oktober tot februari/maart.
afmetingen: middelgroot, 65 mm breed, 55 mm hoog, gewicht 105 gram. Vorm variërend van rond- tot hoogrondvormig. Zijden gelijkmatig glad, zeer gelijkvormig.
kelkholte: vlak, middelbreed tot diep met kleine rimpels.
kelk: half open tot gesloten.
steelholte: variërend diep, middeldiep en wijd regelmatig, ook bultig en ook met vleesgezwel. Geschubd, straalvormig grijsbruin, beroest
steel: variërend van vlezig kort, 10 mm, tot houtachtig lang, 30 mm.
schil: glad en droog, dun, iets taai.
grondkleur: troebel-geelgroen.
dekkleur: variërend van troebeloranje, troebelrood tot blauwachtig rood, purper, gedeeltelijk berijpt met lichte stippels.
vruchtvlees: groenachtig en geelachtig wit, middelvast, middel fijncellig, sappig, fris zoetzurig met het aroma van de Cox`s Orange.
klokhuis:  
Gevoelig voor:
Vruchtrot, stip, weinig voor drukplekken, sterk voor kanker, schurft, zaagwesp en fruitmot.
Oogst:
Vruchten hangen apart tot in dichte trossen. Windvast tot aan boomrijpheid, daarna sterke vruchtval. Goed plukbaar, plukprestatie middel tot hoog, vroege en goede productiviteit. Goed transporteerbaar.
Bewaren:
In natuurlijke opslag tot februari zonder rimpelig te worden, later rimpelig en toenemende mate van vruchtrot. In koelopslag bij +3ºC tot +4ºC 6 tot 7 maanden. De smaak gaat bij bewaring sterk achteruit. Grote vruchten niet bewaren i.v.m. moniliarot. Vatbaar voor bewaarstip.
Gebruik:
Tafelappel voor vers gebruik. Huishoudelijk voor alle verwerkingen. Industrieel voor moes en sap en wijn.
Boom:
Groeit middelsterk, goed vertakt. Gesteltakken schuinopwaarts met lang en middellang zijhout bezet, waarvan middel en langere vruchttwijgen. Kruinvorm breedpiramidaal met slap neerhangende vruchttwijgen. Geschikt voor haagvorm.
Bloei:
Middentijds tot laat bloeiend en vrij langdurig, goed bestand tegen nachtvorst, niet bijzonder weersgevoelig. Bloei aan tweejarige langloten en langloten van het vorige jaar, eindstandig aan kortloten. Stuifmeel goed.
Laxtons Superb bloei

Groei:
Laxtons Superb groeigrafiek
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!

Opbrengst:
Vroeg en middelvroeg, vanaf 3e en 4e standjaar, jaarlijks hoge opbrengsten afgewisseld
met mindere. Vroegtijdig dunnen en gerichte snoei kan beurtjaren voorkomen.
Gelijke bloeiers:
Bestuiving:
Stuifmeel is diploïd. Kiemingspercentage 75%. Zelfbestuiver. Middentijds tot laat bloeiend.
Bevruchters:
  • Elstar.
  • Ananasreinette.
  • James Grieve.
  • Jonathan.
  • Englisch Winter Goldpearmain.
  • Transparente de Croncels.
  • Winston.
  • Benoni.
  • Cox`s.
Boomvorm:
Kruinvorm breedpiramidaal.
Onderstam:
Alleen voor laagstam op M9, op zeer voedzame bodem ook voor M27, M26, Pi80, voor halfstam MM106 en M4, M2.
Weerstandsvermogen:
Standplaats:
Veeleisend, eist een intensieve verzorging, voor voedselrijke, goed geventileerde, gematigde leemgronden, met matige vochtigheidsgraad, normaal voor open warme plaatsen. Op ingesloten standplaatsen sterk gevoelig voor ziekten. Vraagt een goede, kalihoudende grond.
Laxtons Superb appel
Teeltwaarde:
Afgezien van de hoge snoeikosten zou deze soort ten gevolge van de hoge opbrengsten, geringe drukgevoeligheid, goede transport mogelijkheden, op goede plaatsen beslist geschikt zijn voor industriële productie, en als vervanger voor de veel gevoeliger soort Cox` Orange. Voor particulieren en telers op geschikte, vooral schurftarme standplaatsen een zeer fijne winterappel.
Gelijkenissen:
  • Cox`s Orange.
Snoeien:
De breedpiramidale boom groeit stijl op, met lange takken, die, zodra de dracht begint, naar beneden gaan hangen. Een korte snoei is dan ook niet gewenst, behalve bij de snoeren en de spillen. Door zodanig te snoeien dat de opbrengst wordt beperkt kan men beurtjaren voorkomen. Vruchtzetting aan tweejarige en eenjarige langloten en op het eind van de kortloten. Na de opbouwsnoei lopende controlesnoei, uitlichten en vruchthout vernieuwing toepassen.
Oorzaak van verdwijnen:
Plantadvies:
Aan te raden, mits voldoende rekening wordt gehouden met de zeer specifieke eisen wat betreft standplaats, grondsoort en verzorging.
Diversen:
In 1991 afgevoerd van de Rassenlijst voor Fruitgewassen, met als omschrijving: Moeilijk boomtype met sterke groeikracht; sterk beurtjaar gevoelig; gevoelig voor kurkstip; gemakkelijk optredende bewaarproblemen (Monilia).
Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe.
Brongegevens:
  • Appelsoorten, Herbert Petzold,blz. 134.
  • Zelf fruit kweken. P.Dekker. (1951)
  • Het leerboek der fruitteelt, blz.520.
  • Het appel- en perenboek, blz.42.
  • 6e beschrijvende rassenlijst voor fruit. (1948)
  • 18e rassenlijst voor Fruitgewassen. (1992)  
Laxtons Superb blad
05.09.2009