bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Jacques Lebel
Synoniemen:
  • Double des Vosges. (Frankrijk)
  • Jakob Lebel. (Duitsland)
Herkomst:
Frankrijk, omstreeks 1825 door Jacques Lebel, uit Amiens, geteeld en door de boomkweker André Leroy in 1849 in de handel gebracht.
Vrucht:
Jacques Lebel vrucht
Jacques Lebel steel
Jacques Lebel neus
plukrijp: de pluk kan reeds beginnen vanaf eind augustus en voortgezet worden tot einde september. Men kan de vruchten niet langer aan de boom laten hangen vanwege zijn korte steel en is uitermate windgevoelig. Bovendien duwen de vruchten elkaar letterlijk af.
consumptierijp: vanaf oktober tot januari.
afmetingen: middel, groot tot zeer groot. Grof en onregelmatig. Breed 82 mm, hoog 63 mm, gewicht 185 gram. Breedbolvormig, steel- en kelkzijde afgeplat.
kelkholte: typerend wijd, zeer plat met brede vlakke gezwellen en rimpels.
kelk: typerend groot, hoog zittend, gesloten of half open, blaadjes aan de basis groen, wollig, breed, elkaar rakend.
steelholte: wijd, niet diep, bultig soms met vleesgezwel,licht- groenachtig, bruin geschubd, straalvormig uitlopend beroest, daarover typerend fijne wit-zilveren strepen.
steel: variabel, kort: 10 mm, dik, vlezig groenbruin. Middellang 15-25 mm, houtachtig, 2 mm dik, bruin.
schil: de appel heeft een vettige schil en zag er, bij bloedluis aantasting van de boom (wat nogal eens voorkwam),vaak onaantrekkelijk uit. Glad, vast, taai. De vrucht heeft een zwakke schil.
grondkleur: geelachtig groen, troebelgeel.
dekkleur: troebel geelachtig rood, wazig verschoten, kort gestreept, gevlamd. Lenticellen (schilstippels) verspreid en lichtomrand.
vruchtvlees: goed uitgerijpte (aan de boom) vruchten zijn groenachtig, geelachtig wit, luchtig, fijncellig, zeer sappig, pittig zurig, weinig zoet, zwak aroma met een zeer aangename smaak.
klokhuis:  
Gevoelig voor:
Oogst:
Zeer beurtjaar gevoelig. Voor vers gebruik, zo laat mogelijk plukken, daardoor aanmerkelijke kwaliteit verbetering. Vruchten hangen als trossen bij elkaar, niet windvast, bij boomrijpheid sterkere vruchtval. Plukprestatie hoog, machinaal schudden mogelijk, maar vruchten dan direct verwerken. Machinaal sorteren mogelijk.
Bewaren:
In natuurlijke opslag (koele droge plaats) zonder slap te worden tot januari. Schil wordt vetter, houdt vuil van opslagplaats vast, in koelopslag bij +2ºC tot februari. Het transport levert problemen op vanwege de zwakke schil.
Gebruik:
Vroeger een hoofdhandelssoort, goed rijpe vruchten voor vers gebruik, zeer geschikt voor industrie en huishoudelijk verwerking tot moes, omdat de vrucht tijdens de bewaring steeds zoeter wordt zodat er minder suiker aan de appelmoes toegevoegd hoeft te worden. Is ook geschikt voor extractie van pectine. Compote, sap, als gedroogde vruchten en verwerking in taarten.
Boom:
Groeit sterk tot zeer sterk, sparrig. Vormt een boom met een kroon die beschutting tegen de wind verlangt. Gesteltakken schuinopwaarts tot horizontaal, later hangend, weinig vertakt. Aan het zijhout vruchtsporen en stekeltwijgen. Kruin schermvormig, breed tot platvormig. Jaarlijks controlesnoei en uitlichten.
Bloei:
Matig laat en langdurig. De bloemen leveren slecht stuifmeel (triploïde). Weer- en vorstgevoelig. Bloei aan tweejarige langloten en eindstandig aan korthout.
Opbrengst:
Royale opbrengsten, wel dunnen.
Gelijke bloeiers:
De vruchten hangen als trossen aan de boom, door hun korte steeltjes verdrukken ze elkaar.  Rijpheid  op de foto: nog 7 week en de eersten kunnen geplukt worden.
Bevruchters:
  • Triploïde.
  • Jonathan.
  • Landsberger Renette.
  • Transparente de Croncels.
  • Transparente Jaune.
  • Yellow Bellflower.
Boomvorm:
Breed, schermvormig.
Onderstam:
Hoog- en halfstam met Keuleman of Jakob Fischer. De boom heeft een sterke neiging om scheef te gaan groeien, om te voorkomen dat de hangende takken de grond raken wordt als onderstam een sterk groeiende onderstam( hoogstam) aanbevolen.
Weerstandsvermogen:
Na volle opbrengst is het hout vorstgevoelig. Plaatselijk voor schurft (Venturia), niet vatbaar voor meeldauw; niet spuitgevoelig. De boom heeft weinig last van ziekten. Is alleen erg gevoelig voor bloedluis.
Standplaats:
Brede aanplantmogelijkheid tot op ruige standplaatsen, daar alleen voor industriële verwerking. Voor alle gronden, bij voorkeur lichte en middel, niet voor natte leemgrond en liefst in beschutte gebieden.
Teeltwaarde:
Niet voor industriële productie, niet voor beplanting langs wegen i.v.m. brede kruin. Niet voor particulieren (groot, veel snoei).
Gelijkenissen:
  • Bramley`s Seedling.
  • Pott`s Seedling.
  • Hausmutterchen.
  • Riesenboiken.
Snoeien:
Jacques Lebel appel
Oorzaak van verdwijnen:
Niet duidelijk aanwijsbaar voor dit ras. Waarschijnlijk was het uiterlijk onvoldoende en is het ras verdwenen toen men de mindere kwaliteiten van betere rassen (bijvoorbeeld James Grieve) voor verwerkingsdoeleinden ging gebruiken. Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe. In Nederland was dit ras vooral in Limburg als hoogstam en in Zeeland als hoogstam en als struikvorm bekend. In de Betuwe kwam Jaques Lebel niet op grote schaal voor. In Frankrijk wordt dit ras nog wel veel geteeld.
Plantadvies:
In het algemeen aan te raden, mits rekening wordt gehouden met de eisen die gesteld worden aan standplaats, grondsoort en verzorging.
Diversen:
De boom moet gedund worden, met het doel beter ontwikkelde vruchten, voorkomen van beurtjaren en behoud van de boomvorm.
Brongegevens:
  • Appelsoorten, Herbert Petzold, blz. 120.
  • Verdwenen appel- en perenrassen, blz. 27.       
Jacques Lebel blad
04.09.2009