bongerd groote veen
Bongerd Groote Veen
Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Bloeméezoet
Synoniemen:
  • Zoete Bloemée.
  • Herfst Bloemzoete. (Knoop, tab. 2, beschrijving der vruchtsoorten, 1e reeks, no. 43)
  • Blomzoete, Bloemzoete. (Serrurier, 1e deel, pag. 64)
  • Zoete appel.
  • Kandij Zoete.
  • Goede Zoete. (Matth. Van Noordt)
  • Hollandsche Zoete.
  • Herfst Sterrenappel.
  • Waterzoetje. (In een gedeelte van Zuid-Holland)
Herkomst:
Onbekend. Waarschijnlijk Nederlands,19e eeuw en Gelders. Is een zeer oud ras en buitengewoon geliefd.
Vrucht:
Bloemeezoet vrucht
plukrijp: eind augustus begin september.
consumptierijp: september begint de rijping tot begin december. In de koeling enkele weken langer.
afmetingen: klein tot matig groot. Regelmatig.
kelkholte: een fraaie effen diepe holte.
kelk: gesloten, spitsbladerig, grauw, wollig.
steelholte: vrij diep.
steel: dun, matig lang, vrij diep ingeplant. Houtachtig, grauwbruin.
schil: zacht en fijn.
grondkleur: geelgroen, aan de boom vaak met een dunne waas bedekt.
dekkleur: fraaie rode streping aan de belichte zijde. Geen of weinig roest.
vruchtvlees: zeer zacht en zoet iets droog en erg wit van kleur. Fijn, vrij vast, later zacht. De zoete smaak komt door een gebrek aan zuren, want de appel heeft niet veel suiker.
klokhuis: breed en middelmatig, goed met zaden bezet. De zaden zijn klein, fraai en donkerbruin van kleur.
Gevoelig voor:
Oogst:
Laat dragend, zeker op de sterk groeiende onderstammen, maar dan wel zeer grote opbrengst, zelfs op oudere bomen. Heeft tamelijk last van beurtjaren (minder dan andere zoete appels), wel last van vroege val als de vruchten bijna rijp zijn. Met groeistofbespuitingen kan vroege val tegen gegaan worden.
Bewaren:
In koelhuis tot half december. Geringe houdbaarheid zonder koeling.
Gebruik:
Keuken gebruik. Vooral als stoofappel en om te drogen. Ook als handappel, maar is matig van smaak. Kookt sneller kapot dan andere zoete appels.
Boom:
Platronde of brede kroon. De boom wordt tamelijk groot en is vruchtbaar, doch niet op jonge leeftijd en heeft dikwijls beurtjaren. De zomertakken zijn slank, grauwbruin. De boom vormt hangende takken. De variëteit is over het algemeen gezond. De boom is gevoelig voor bespuitingen. De boom heeft wel iets van het ras Tydemans Early. Op M9 ontstaan lange, kale takken met te grote vruchten die vaak stipgevoelig zijn. Het ras is zoals de meeste zoete appels eigenlijk alleen geschikt voor hoogstam.
Bloei:
Bloeit laat. Dit is een eigenschap van alle zoete appels. Door de late bloei niet erg vorstgevoelig. Heeft zeer goed stuifmeel en is zelfbestuivend. Goede bestuiver voor Eijsdener Klumpke, Engelse Bellefleur, Sterappel en andere zoete appels. De boom kan zeer oud worden.
Groei:
Groeigrafiek Bloemeezoet
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen,
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Opbrengst:
Regelmatig en behoorlijk. Laat dragend, zeker op de sterk groeiende onderstammen, maar dan wel een zeer grote opbrengst, zelfs op oudere bomen.
Gelijke bloeiers:
Bloemeezoet Heidemij
Bevruchters:
  • Zelfbestuivend.
  • Brabantse Bellefleur.
  • Zoete Kroon.
  • Koningszuur (?).
  • Sterappel.
Boomvorm:
Vormt grote boom met hangende takken.
Onderstam:
Vanwege de groeikracht en geschiktheid voor hoogstam cultures aanplanten op M4, MM16 of op zaailing. Op M9 ontstaan lange, kale takken met te grote vruchten die vaak stipgevoelig zijn. Het ras is zoals de meeste zoete appels eigenlijk alleen geschikt voor hoogstam.
Weerstandsvermogen:
Weinig last van schurft (Venturia) en vruchtboomkanker (Nectria galligena), heeft alleen last van spint. Een gezond ras. Insecten als de appelbloesemkever en appelzaagwesp kunnen beschadigingen aanbrengen.
Standplaats:
Op klei of zandgronden. Groeit goed op alle grondsoorten en kan ook geplant worden op minder gunstige plaatsen. Op vette kleigrond levert de boom de mooiste vruchten. Wel beschermen tegen de wind.
Teeltwaarde:
De moeilijke vervoerbaarheid en de beperkte bruikbaarheid (voor een goede potappel is de bewaarbaarheid te gering) staan een sterke uitbreiding in de weg. Droogappel, stoofappel, handappel, maar is matig van smaak.
Gelijkende vruchten:
Snoeien:
De boom vormt zeer veel dun en slap vruchthout, dat regelmatig moet worden gedund als men jaarlijks goede oogsten van eerste kwaliteit wil verkrijgen.
Oorzaak van verdwijnen:
Bloeméezoet is zeer beperkt houdbaar en vrij zacht en daardoor slecht te vervoeren. Omdat de markt voor zoete appels steeds kleiner werd, waren er weinig redenen nodig om een appelras te doen verdwijnen. Het was daarom moeilijk voor Bloeméezoet zich staan te houden naast goede zoete appelrassen zoals de Zoete Ermgaard en Zoete Kroon. Door de bruikbaarheid als handappel is Bloeméezoet nog relatief lang populair gebleven. Sterke nadelen van de boom zijn vroege rijpheid, de geringe houdbaarheid en het optreden van beurtjaren.
Plantadvies:
Liefhebberssoort, meer pomologisch of landschappelijk interessant en minder geschikt voor consumptie.
Diversen:
Een oud en zeer gezond ras. Voor iemand die de ruimte heeft en niet wil spuiten tegen ziektes, is dit een zeer geschikt ras. Merkwaardig is, dat deze appel slechts een klein verspreidingsgebied heeft met de plaats Ingen (gemeente Lienden) als centrum. Komt voor op de rassenlijst voor appels in Drenthe.
Brongegevens:
  • Het Appel- en Perenboek, blz. 28.
  • Zesde rassenlijst voor fruit, 1948 blz. 33.
  • Leerboek der Fruitteelt, blz. 514.
  • De Boomgaard. (Practicus 1944)
  • Hoogstamvruchtbomen.
  • Zelf fruit kweken. P.Dekker. (1951)
  • Verdwenen appel en perenrassen, blz. 47.
  • De Nederlandsche Boomgaard. (S. Berghuis 1868)
  • Oude fruitrassen in Noord-Nederland. J. Veel & J. Woltema
Bloemeezoet blad
05.09.2009